Omdat ik Pepita beloofd had een tekening te maken:
Als we het dan als boek gaan uitgeven hebben we tenminste een voorkant. x']

Dawn wierp een blik op het zilveren horloge dat aan haar dunne pols bungelde. Het was eigenlijk veel te groot, het was een oude van Diego. Vijf voor halfdrie. Charlotte kon ieder moment aankomen. Tenzij ze zo'n laatkomertje was natuurlijk. Dawn strekte haar armen en hees zich op het stenen muurtje achter zich. Zelf was ze altijd overal te vroeg. Ze haalde diep adem. Nerveus speelde ze met het hengsel van de tas die aan haar schouder hing. Waarom was ze toch zo zenuwachtig? Ze hoefde hem alleen maar even terug te geven, en dan was alles voorbij. Dawn dacht aan de vorige middag. Een fractie van een seconde hadden ze elkaar aangekeken, en toch kon Dawn zich ieder detail van Charlotte's verschijning haarscherp voor de geest halen. Haar vurige rode krullen, de verfijnde vorm van haar bleke gezicht, het was alsof ze haar al eerder had gezien.
"Eh... Hallo?"
Dawn schrok op uit haar gedachten. Het bleke, sproeterige gezich dat ze zojuist voor zich had gezien keek haar doordringend aan.
"Jij bent toch Dawn, het meisje van gister?"
"Ch-Charlotte..." stamelde Dawn. Charlotte reikte haar hand uit.
"Mag ik mijn tas?"
Dawn sprong behendig van het muurtje en gaf Charlotte de tas. Charlotte sloeg haar ogen neer.
"Bedankt. Sorry van gister."
Dawn sloot haar vingers rond het medaillon on haar hals.
"Eh... Maakt niet uit."
"Dus eh..." mompelde Charlotte. "Dat plekje... Kom je daar vaker?"
Dawn keek verbaasd op. "Uh... Ja... Best wel vaak eigenlijk..."
Charlotte beet op haar lip. "En jij?" vroeg Dawn voorzichtig.
"Uh... Zo af en toe..." zei Charlotte tegen de grond. Haar stem klonk ineens kil en afstandelijk. Dawn liet het medaillon los en stak haar handen in haar zakken. Charlotte keek op. Haar blik bleef rusten op het medaillon. Dawn keek weg en haalde zenuwachtig een hand door haar haar.
"Ehm... Ik moet maar eens gaan." zei ze na een tijdje ongemakkelijk gezwegen te hebben. Charlotte knikte. "Doei."
"Doei." riep Dawn terwijl ze zich omdraaide en naar haar fiets liep. Opnieuw gingen haar vingers naar het medaillon. Het koude zilver leek haar huid te bevriezen. Charlotte's zachte, heldere stem galmde nog na in haar hoofd. "Kom je daar vaker?" Dawn sloot haar ogen. De rode krullen dansten nog steeds voor haar gezicht. Verward stak ze haar sleutel in het slot. Met een klikkend geluid ging het slot open. "Kom je daar vaker?" Langzaam trok ze haar fiets uit de stalling. De smalle banden slingerden vervaarlijk. "Dat plekje... Kom je daar vaker?" Het duizelde Dawn. De rode krullen verstoorden haar zicht. Met een kletterend geluid raakte haar fiets de stenen en langzaam zakte ze op haar knieën neer. Die stem, die krullen... Wie was dat meisje?!"