zaterdag 29 augustus 2009

Meeting Again.

Omdat ik Pepita beloofd had een tekening te maken:
Als we het dan als boek gaan uitgeven hebben we tenminste een voorkant. x']



Dawn wierp een blik op het zilveren horloge dat aan haar dunne pols bungelde. Het was eigenlijk veel te groot, het was een oude van Diego. Vijf voor halfdrie. Charlotte kon ieder moment aankomen. Tenzij ze zo'n laatkomertje was natuurlijk. Dawn strekte haar armen en hees zich op het stenen muurtje achter zich. Zelf was ze altijd overal te vroeg. Ze haalde diep adem. Nerveus speelde ze met het hengsel van de tas die aan haar schouder hing. Waarom was ze toch zo zenuwachtig? Ze hoefde hem alleen maar even terug te geven, en dan was alles voorbij. Dawn dacht aan de vorige middag. Een fractie van een seconde hadden ze elkaar aangekeken, en toch kon Dawn zich ieder detail van Charlotte's verschijning haarscherp voor de geest halen. Haar vurige rode krullen, de verfijnde vorm van haar bleke gezicht, het was alsof ze haar al eerder had gezien.
"Eh... Hallo?"
Dawn schrok op uit haar gedachten. Het bleke, sproeterige gezich dat ze zojuist voor zich had gezien keek haar doordringend aan.
"Jij bent toch Dawn, het meisje van gister?"
"Ch-Charlotte..." stamelde Dawn. Charlotte reikte haar hand uit.
"Mag ik mijn tas?"
Dawn sprong behendig van het muurtje en gaf Charlotte de tas. Charlotte sloeg haar ogen neer.
"Bedankt. Sorry van gister."
Dawn sloot haar vingers rond het medaillon on haar hals.
"Eh... Maakt niet uit."
"Dus eh..." mompelde Charlotte. "Dat plekje... Kom je daar vaker?"
Dawn keek verbaasd op. "Uh... Ja... Best wel vaak eigenlijk..."
Charlotte beet op haar lip. "En jij?" vroeg Dawn voorzichtig.
"Uh... Zo af en toe..." zei Charlotte tegen de grond. Haar stem klonk ineens kil en afstandelijk. Dawn liet het medaillon los en stak haar handen in haar zakken. Charlotte keek op. Haar blik bleef rusten op het medaillon. Dawn keek weg en haalde zenuwachtig een hand door haar haar.
"Ehm... Ik moet maar eens gaan." zei ze na een tijdje ongemakkelijk gezwegen te hebben. Charlotte knikte. "Doei."
"Doei." riep Dawn terwijl ze zich omdraaide en naar haar fiets liep. Opnieuw gingen haar vingers naar het medaillon. Het koude zilver leek haar huid te bevriezen. Charlotte's zachte, heldere stem galmde nog na in haar hoofd. "Kom je daar vaker?" Dawn sloot haar ogen. De rode krullen dansten nog steeds voor haar gezicht. Verward stak ze haar sleutel in het slot. Met een klikkend geluid ging het slot open. "Kom je daar vaker?" Langzaam trok ze haar fiets uit de stalling. De smalle banden slingerden vervaarlijk. "Dat plekje... Kom je daar vaker?" Het duizelde Dawn. De rode krullen verstoorden haar zicht. Met een kletterend geluid raakte haar fiets de stenen en langzaam zakte ze op haar knieën neer. Die stem, die krullen... Wie was dat meisje?!"

On second thought.

Charlotte zat in de les. Nouja, alleen fysiek, want in gedachten was ze er totaal niet bij. Ze dacht aan gisteravond. Het rare telefoongesprek. Ze was al bijna in slaap gevallen op haar bed, toen haar telefoon begon te rinkelen. Met moeite kreeg ze haar betraande ogen open en nam op.
"Hallo?"
"Hoi, met Dawn. Ben jij Charlotte? Je hebt me gezien in het bos. Niet ophangen."
Dat was in eerste instantie wel Charlotte's reactie geweest, maar ze besefte ook wel dat ze op die manier haar tas niet terug kreeg.
"Oké."
"Ik denk dat je je tas wel terug wilt? Ben je morgen om half drie al klaar op school? Dan spreken we af in het winkelcentrum."
Het was geen onaardige stem. Misschien viel ze toch wel mee. Charlotte zag er wel tegenop om morgen zonder tas naar school te gaan, maar dat was dan maar zo.
"Oh ok. Is goed. Dan zie ik je morgen."
"Tot morgen."

Zo bezien lijkt het een heel normaal telefoongesprek, maar Charlotte had zich nog nooit zo gek gevoeld. Toen in het bos had ze gedacht dat het een doorsnee meeloper was geweest, met een gescheurde spijkerbroek en een mp3, maar die zullen toch nooit zomaar de stilte van het bos opzoeken? Charlotte had gedacht dat ze daarmee enig in haar soort was, misschien leek dit meisje meer op haar dan ze dacht...

Na het telefoontje was ze gaan nadenken. Ze had zich aangesteld. Dat meisje een rotgevoel gegeven, terwijl zij ook gewoon rust nodig bleek te hebben. Cameron alleen gelaten toen hij haar nodig had. Ze haatte zichzelf.
Nee, zo moest ze niet denken. Daar los je niets mee op. Ze ging voor de spiegel staan en sprak zichzelf in gedachten toe: "Raap jezelf bij elkaar, ga beneden even wat eten, maak het goed met Cameron en ga gewoon naar bed."
Het eten ging makkelijk, het gesprek met Cameron niet. Hij vergaf het haar wel, maar hij had ook geen zin om er verder over te praten. Toen ze bleef proberen, zette hij haar zijn kamer uit. Charlotte beet op haar lip.

"Charlotte, hoor je me?"
Ze schrok op uit haar gedachten. "Sorry mevrouw. Wat vroeg u?"
"Je hebt je huiswerk niet gemaakt. Je hebt je spullen niet mee. Denk je dan dat je het je kan permitteren om te gaan zitten dagdromen?" Mevrouw van der Steen was voor haar tafel komen te staan en keek haar boos aan.
Charlotte boog haar hoofd. "Sorry mevrouw. Nee."
"Nee, dat denk ik ook niet. Ik vroeg je het Latijnse woord voor lied."
Maar dat wist Charlotte natuurlijk wel! "Carmen."

Carmen. Haar zusje. Geen enkele naam had beter bij haar gepast. Charlotte hield ervan haar te horen zingen met haar iele stemmetje, toe te kijken hoe haar vingers dansten en plukten aan de snaren van haar harp.
Ojee, zat ze weer te dromen. Gelukkig was het uur bijna afgelopen, ze moest zo naar het winkelcentrum. Dawn (zo heette ze toch?) zou op haar wachten.

vrijdag 17 juli 2009

Knock-knock. Who's there?

Dawn zat in kleermakerszit op haar bed en staarde vertwijfeld naar de legergroene schoudertas die voor haar op het bed stond. Verward dacht ze terug aan wat er die middag gebeurd was. De geschokte groene ogen van het onbekende meisje stonden nog steeds op haar netvlies gebrand. Ze vroeg zich af of ze er goed aan had gedaan om de tas mee te nemen, want misschien kwam het meisje er nog voor terug, maar nu ze wist dat zij niet de enige was die van het plekje af wist, sloot ze de mogelijkheid dat hij gestolen zou worden niet uit. Daarnaast zou het die nacht gaan regenen, en misschien zat er wel iets in dat niet nat mocht worden...
Dawn zuchtte. De tas waarnaar ze onafgebroken staarde leek terug te staren. Er werd zachtjes op de deur geklopt.
"Dawn?"
Het was de half-fluisterende stem van Luca. Dawn liet zich achterover vallen.
"Hmm..?"
"Mag ik binnenkomen?"
Dawn kwam weer overeind. Luca's stem klonk ernstig. Dawn stond op en liep naar de deur en deed hem open. Luca liep langs haar heen naar binnen en plofte onder haar aan te kijken neer op haar bed. Dawn deed de deur dicht en ging naast Luca op haar bed zitten. Ze boog zich over hem heen en trok de tas naar zich toe.
"Wat moet ik hier nou mee?" verzuchtte ze.
"Van wie is die?" vroeg Luca nieuwsgierig. Zijn stem klonk trillerig.
"Geen idee." zei Dawn. "Van een meisje die ik in het bos tegenkwam. Ze rende zomaar weg en liet haar tas staan. Ik wist niet wat ik moest doen, dus heb ik hem maar meegenomen."
"Gejat?!" vroeg Luca met grote ogen.
"Natuurlijk niet!" zei Dawn verontwaardigd. "Maar als ik hem daar had laten staan had iemand anders dat misschien wel gedaan. Ik wil hem terug geven."
Luca sloeg zijn ogen neer. "Heb je gekeken wat erin zit?"
Dawn schudde haar hoofd. "Ik vind het zo raar om iemands tas te doorzoeken..." mompelde ze vertwijfeld.
"Maar misschien zit er iets in dat je kan helpen haar te vinden..." zei Luca. "Een portomonnee met id-kaart of adreskaartje ofzoiets..."
Dawn keek hem even aan.
"Hé... Wat is dit?" Dawn streek Luca's krullen uit zijn gezicht en hapte naar adem. Boven Luca's wenkbrauw zat een diepe snee. Luca duwde haar hand weg en trok zijn haren over zijn ogen.
"Niks! Gewoon... Hoofd gestoten."
"Hè? Zo hard? Hoe krijg je dat nou weer voor elkaar?"
"Weet ik veel! Ga die tas nou maar doorzoeken!" Dawn schrok. Luca was nooit zo fel.
"Oké, oké, rustig maar." Ze haalde diep adem en trok de rits open. Even keek ze opzij. Het viel haar nu pas op dat Luca's ogen een beetje rood en gezwollen waren, alsof hij had gehuild. Ze sloeg haar ogen weer neer en keek in de tas.
"Voornamelijk schoolboeken." mompelde ze. "Niks genants tot nu toe... Ah! Hebbes!"
Ze haalde een donkergroen, in linnen gebonden boekje tevoorschijn waar met grote goude letters 'Agenda' op gedrukt stond. Luca glimlachte even. Zijn bij Dawn welbekende nep-glimlach, die hij altijd opzette als hij eigenlijk kwaad of gekwetst was. Maar nooit tegenover Dawn. Dawn slikte, wat onverwachts moeilijk ging. Zwijgend sloeg ze het boekje open. Het stond volgekladderd met gedetailleerde tekeningetjes.
"Celtic art..." mompelde ze. "Cool."
Luca reageerde niet. Met een brok in haar keel bladerde ze door naar de eerste pagina. Bovenaan de pagina stond: 'Persoonlijke gegevens'.
"Er staat een telefoonnummer in."
"Nou, dan weet je wat je moet doen hè?" Dawn zuchtte en legde de agenda naast zich neer. Ineens realiseerde ze zich dat ze niet wist waarvoor Luca naar haar kamer was gekomen.
"Wat was er eigenlijk?" vroeg ze voorzichtig.
Luca stond op. "Oh... Niks. Niks belangrijks." Langzaam liep hij naar de deur.
Dawn keek hem verward na. Het was duidelijk dat hij niet gekomen was om gezellig te kletsen, hij klonk veel te ernstig. Bovendien kwam hij niet bepaald vrolijk over. Ze pakte de agende weer en tikte hem tegen haar hoofd. Luca wilde ergens over praten, en zij was alleen maar met die stomme tas bezig. Vertwijfeld keek ze naar de deur. Zou ze hem volgen? Ze schudde haar hoofd. Dat zou het waarschijnlijk nu niet beter maken. Ze kon zich beter op die agenda richten. Ze haalde diep adem, stond op en liep naar de telefoon in de hoek van haar kamer.

Frustratie

Charlotte zat fluitend op de fiets. Ze was vroeg vrij, de meiden uit haar klas hadden haar met rust gelaten en het was heerlijk weer. Een minpuntje was dat ze niet naar haar favoriete plekje kon, omdat ze veel te veel huiswerk had. Ze had er al te weinig aan gedaan.
Toen ze thuiskwam hing ze gewoon haar jas op en groette haar ouders. Niets wat vandaag haar bui kon verpesten, zelfs niet toen Carmen creatief was geweest met haar make-up en ze het grootste gedeelte kon weggooien. Op haar mascara na gebruikte ze er toch haast nooit iets van.

Ze aaide Carmen even door haar haar. "Kom je spelen?" vroeg Carmen hoopvol.
"Nee Carmen, ik heb veel te veel huiswerk. Vraag Cameron maar."
Carmen keek teleurgesteld. "Cameron is boos."
"Waarom?"
"Papa zegt dat hij lui is."
Die ruzie kende Charlotte al, en ze maakte zich er niet al te druk om. Cameron was een dromer, en haar vader vond dat hij maar eens een goede baan moest gaan leren. Cameron echter wilde nog geschiedenis, Nederlands, Iers en cultuur gaan studeren... En het liefst zou hij daarna schrijver worden.

Eenmaal op haar kamer zette ze het raam open en ging aan haar bureau zitten. Ze had haar bureau opzettelijk onder het raam laten zetten zodat ze naar buiten kon kijken als ze huiswerk maakte.
Een werkstuk... en het moest morgen af zijn... eerst maar eens een titel. Ierland? Nee, dat had ze al drie keer gedaan. Noorwegen? Ook een heel mooi land... maar misschien moest ze het voor de verandering eens niet over een land doen. De dwarsfluit, ook niet origineel...
Het begon zachtjes te waaien. De wind streek over Charlotte's gezicht. Dat was het fijnste gevoel op de hele wereld, vond ze. Het begon harder te waaien. Charlotte sloot haar ogen. Ze wilde naar het bos, de wind voelen, het geruis van de bomen horen, de lente ruiken...

Het werkstuk lukte toch niet! Ze gooide haar boeken in haar tas, misschien kon ze daar wel haar huiswerk doen. Daarna wilde ze naar beneden rennen, maar ze zag Cameron staan.
Hij huilde.
Ze zag het goed, dat wist ze zeker. Maar hij wende zich af en verdween zijn kamer in. Charlotte bleef nog even staan. Ze zou nu naar hem toe kunnen gaan. Maar hij hield er niet van als zij hem zag huilen, waarschijnlijk zou hij zich er alleen rotter door voelen. Ze kende hem, en hij was boos. Hij huilde nooit, alleen als hij héél, héél boos was. Nee, ze zou hem even laten afkoelen. En ze wou naar het bos. Ze liep dus de trap af en ging naar buiten.

Eenmaal bij het bos aangekomen zette ze haar fiets tegen een boom, deed even haar ogen dicht en snoof eens diep. Je kon de bomen ruiken. Niets in de hele wereld was zo mooi als deze plek. Rustig liep ze onder de berken door en liet alles even goed op haar inwerken. De wind waaide door haar haren. Er was niets wat ze zo fijn vond als wind. Koud en warm tegelijk en als je je ogen dichtdeed kon je je inbeelden dat je in een verhaal zat, met avontuur in plaats van dit saaie, schoolse leven. Het ging op dit moment alleen wat moeilijker, want ergens in haar hoofd begon ze zich af te vragen of ze toch niet naar Cameron toe had moeten gaan...

Ze was al bijna bij haar favoriete plekje. Terwijl ze luisterde naar het fluiten van de vogels hoorde ze opeens iets anders. Dat was geen vogel... ze begon te rennen. Het leek alsof iemand zat te neuriën. Maar dat kon toch niet, ze had hier nog nooit iemand gezien!

Toen zag ze haar zitten. Dit kon je niet menen. Daar zat een meisje, dat nog jonger leek dan Charlotte zelf, met haar mp3 in haar oren en haar voeten in het gras. Je kon de bassen van de muziek op meters afstand horen. Er was niets waar Charlotte meer hekel aan had. Ze had zelf niet eens zo'n ding.
Ze bleef roerloos staan. Ze kon het niet geloven. Dat plekje, waar ZIJ altijd was gekomen als ze het moeilijk had... wat altijd een toevluchtsplaats voor HAAR was geweest... daar zat nu iemand anders! En dan nog wel zo'n bleek, schriel kind met een gescheurde spijkerbroek. Dat vond ze stoer, zeker. Net als de geluiden van het bos verstoren met haar idiote muziek.

Het meisje keek om. Charlotte schrok zich dood, maar liet niets merken. Daar was ze goed in, niet laten zien wat je denkt of voelt. Ze zag hoe het meisje naar haar toe begon te lopen.
De mp3 bungelde mee met iedere stap, en Charlotte kon de muziek steeds duidelijker horen. Het meisje stond nu recht voor haar. "Hoi, wie ben jij?" vroeg ze.
Charlotte keek haar nog even aan en rende weg. Naar huis, naar huis. Dat was het enige wat ze kon bedenken.

Toen ze thuiskwam, waren Cameron en Carmen weg en haar ouders wisten niet waar ze waren.
En toen ze haar huiswerk wilde gaan doen, kwam ze er achter dat ze haar tas in het bos had laten liggen. Dat had dat meisje dan vast meegenomen...
De dag die zo leuk begonnen was, had een vervelende wending genomen. Charlotte ging op haar bed liggen en viel zo, zonder gegeten te hebben en met haar kleren nog aan, in slaap.

vrijdag 24 april 2009

"Goedemiddag Zonnetje!" (Johanna)

Dawn smeet haar fiets tegen de grote eik en rukte de deur open. Ze smeet haar tas tegen de kapstok, waardoor die gevaarlijk wankelde, en stormde de kamer in. 
"Goedemiddag zonnetje!" zei Luca opgewekt.
Dawn negeerde hem en stampte door naar de keuken. Ze plukte een fles cola uit de koelkast en keek ongeduldig hoe het glas volstroomde. Gulzig zette ze het aan haar mond en dronk het in één teug leeg. Met een klap kwam het glas neer op het granieten aanrechtblad. Dawn veegde haar mond af met de rug van haar hand en staarde woedend uit het raam.
"Wat lief dat je mij ook wat te drinken aanbiedt!"
Dawn draaide zich om. Luca stapte de keuken binnen en schonk zichzelf ook een glas cola in.
"Zoek een leven." snauwde Dawn. "Wat heb je vandaag?"
Luca grinnikte. "Dat kan ik ook aan jou vragen."
Dawn sloeg haar ogen neer. Luca had gelijk.
"Dawn, wat is er?"vroeg Luca serieus.
"Ik haat hem!" riep Dawn ineens.
Luca trok zijn wenkbrauwen op.
"Eric weer?"
"Ook!" schreeuwde Dawn. "En die vreselijke Veenma!"
"Hmm..." Luca fronste. "Dat kan ik begrijpen." Veenma was Dawn's mentor, maar Luca, die naar dezelfde school ging, kreeg alleen aardrijkskunde van hem.
"Het lijkt wel of die kerel les is gaan geven om kinderen te tergen!" riep Dawn dramatisch.
"Hoogstwaarschijnlijk." zei Luca peinzend.
"Hij haalt echt het bloed onder mijn nagels vandaan!"
"Daar twijdel ik niet aan"
"Ik kan die man echt niet uitstaan! Zijn houding, zijn hoofd, alleen zijn stem al!"
"Vreselijk, vreselijk."
"Altijd als hij voor de klas staat krijg ik zin om die aanwijsstok in zijn strot te stouwen!"
"Begrijpelijk." zei Luca plechtig.
Ineens barstten ze allebei in lachen uit.
"Wat lach je nou?" giechelde Luca.
"Jij lacht ook!" proestte Dawn.
"Niet zo hard als jij!"
Dawn veegde de tranen van het lachen uit haar ogen.
"Sorry. Je bent gewoon grappig. Je bent net 14 en je gedraagt je als een man van vijftig!"
"Alleen als jij je gedraagd als een bejaarde vrouw van in de zestig, die overal over klaagt." zei Luca onschuldig.
"Hé!" riep Dawn verontwaardigd.
"Kom hier jij!" ze liep dreigend op Luca af, maar die zette het op een lopen. Dawn volgde hem de keuken uit, door de gang, en door het enkelhoge grasveld voor hun huis. Uiteindelijk liet ze zich hijgend in het gras vallen. 
"Ik geef het op." riep ze buiten adem. "Sinds wanneer ben jij zo snel?"
Luca liep naar haar toe en hurkte aan haar voeten.
"Ik ben niet snel. Jij bent gewoon traag!"

Met haar mp3-speler aan een koortje om haar nek liep ze tussen de dikke bomen door naar het riviertje dat door het midden van het bos stroomde. De bassen dreunden door haar hoofd en ze liet haar hoofd zachtjes meedeinen op de melodie. Langzaam liet ze zich zakken op de rots aan de oever van haar stroompje. Een paar vlekken zonlicht vielen tussen de blaadjes van de bomen door. Als ze omhoog keek zag ze een plafond van doorschijnend groene blaadjes en babyblauwe stukken lucht. Dit was haar favoriete plekje op de hele wereld. Ze wist niet waarom, maar het had iets speciaals, ze voelde zich er altijd op haar gemak. Bovendien had ze er nog nooit iemand gezien, dus waarschijnlijk was zij de enige die ervan af wist. Ze kon er ongestoord meezingen met haar muziek, en zo hard gillen als ze wilde, er was niemand die haar hoorde. Alsof de wand van bomen en zonlicht de plek geluiddicht maakten. Zelf hoorde ze alleen de vogels en het water dat vredig af en toe zachtjes op een steen kletterde en de muziek die uit haar oordopjes kwam ondersteunde. Ze schopte haar slippers uit en liet haar voeten in het koude water zakken. Genietend leunde ze achterover. Tussen het bladerdak door viel een straal zonlicht, precies op haar gezicht.

woensdag 22 april 2009

Moe van alles.

Boos smeet Charlotte de deur achter zich dicht. Ze liep de huiskamer in. Haar moeder zat in de keuken, haar vader las de krant en Cameron leerde Carmen schaken. Charlotte rolde met haar ogen, wat een drukte. Ze smeet haar jas op de bank en liep door naar boven.
"Héhé, zou je die niet even opruimen? Ook hallo, trouwens!" riep haar moeder.
"Doe ik zo wel." En voordat haar moeder nog iets kan zeggen, rende ze de trap al op, haar kamer in, en liet zich op bed vallen. Ze was doodop. Waarvan, dat wist ze niet. Op school had ze er niet zo veel van gemerkt, en er was niets zwaars gebeurd ofzo.

Er werd op haar deur geklopt. Ze wist precies wie het was, ze kon het horen aan de manier waarop geklopt werd: Één keer lang, drie keer snel en nog een keer lang. Tik-tiktiktik-tik. Dat was Cameron. Hij klopte zo op haar deur al zolang ze zich kon herinneren. En zij deed het precies zo op zijn deur. Ze draaide zich om. Ze hoefde niets te zeggen, Cameron wist net zo goed als zij dat hij altijd binnen mocht komen, tenzij ze riep van niet.
De deur kraakte toen hij openging.
"Hai zus."
"Hai."
Hij ging naast haar op bed zitten. Meer niet. Zo bleven ze een hele tijd zitten. Charlotte was de eerste die de stilte verbrak. "Sorry van daarnet."
Hij haalde zijn schouders op. "Ik ben niet degene waartegen je sorry moet zeggen, hoor. Ik kwam alleen even kijken wat er aan de hand was."
Charlotte zuchtte. Tja, wat was er eigenlijk aan de hand? "Ik weet niet... ik irriteer me zo aan iedereen op school. Ik irriteer me aan de meisjes die zeggen elkaars beste vriendinnen te zijn en achter elkaars rug elkaar keihard afkraken. Ik irriteer me aan de mensen die denken dat ze heel wat zijn door de kleren die ze dragen of de hoeveelheid vriendjes of vriendinnetjes ze hebben gehad. Ik irriteer me aan de leraren, die doen alsof school hetgene is waar je hele leven om draait." Ze wachtte even. "Ach, ik irriteer me gewoon aan mezelf, denk ik."
Cameron grinnikte. "Ik vond de mensen op school ook nooit leuk."
"Jij hoefde tenminste niet na schooltijd ook met ze om te gaan."
"Ik hád helemaal niemand om mee om te gaan."
"Ik wou dat ik dat had!"
"Ach je weet er helemaal niets vanaf, je weet niet hoe het is om niet geaccepteerd te worden omdat jij altijd al geaccepteerd wordt om hoe je zelf bent!"
"Als jij jezelf was geweest was jij net zo goed geaccepteerd! Dan had jij ook hordes geiten achter je aan gehad. Nou, dán ben je blij!"
Ze zag aan Cameron dat hij serieus gekwetst was. Dit was zijn gevoelige plek. "Je weet best dat dat anders ligt." zei hij zachtjes.
Charlotte kwam overeind en gaf hem een knuffel. "Ja, dat weet ik." Opeens moest ze lachen. Cameron keek glimlachend op. "Wat is er?"
"Ik zat er net aan te denken dat ik nog liever ruzie maak met jou, dan aardig doe tegen hun."

Charlotte keek uit het raam. Het was al de hele week lekker weer, maar vandaag stond iets meer wind. Daar hield ze van. Het was aardig geweest van Cameron om even met haar te komen praten. Soms heb je het even nodig om stoom af te blazen, en dat had hij, zoals gewoonlijk, weer haarfijn aangevoeld. Ze was echt blij met haar broer. En zusje natuurlijk. Haar blik viel op haar klok. Het was pas half drie, tijd zat om nog even naar het bos te gaan. Ze pakte haar tas en ging naar buiten. Ze bood wel eerst nog even haar excuses aan aan haar moeder, anders ging ze met een rotgevoel de deur uit.
Eenmaal in het bos liep ze naar het plekje dat ze, sinds ze hier waren kwamen wonen, het meest liefhad. Het was een stukje rots, aan een riviertje, in het midden van het bos. Niemand kon haar hier horen, en ze had hier nog nooit iemand gezien. Ze ging op de rots zitten en luisterde naar het gekabbel van het beekje en het geritsel van de bladeren in de wind. Toen pakte ze haar dwarsfluit uit haar tas en hoorde hoe ze het bos vulde met melodie.

dinsdag 21 april 2009

Sneeuwwitje en de Boze Wolf (Johanna)

Slaperig bekeek Dawn zichzelf in de spiegel. Ze zag eruit als een zombie, haar gezicht zag nog bleker dan normaal, en ze had donkere kringen om haar ogen. Alweer een nacht amper geslapen. Ze kleedde zich aan en frommelde haar bijna witte haren in een knot. Geeuwend slenterde ze de trap af. Luca zat al aan de keukentafel.
"Goeiemorgen zus!" zei hij opgewekt. "Wat zie er weer lekker vrolijk uit!"
"Hou je kop." snauwde Dawn. Ze pakte een appel uit de fruitschaal en mikte hem in haar tas. Luca giechelde zachtjes.
"Moet je niet ontbijten?" vroeg hij plagerig. "Anders blij je heel de dag zo chagrijnig."
Dawn trok een vies gezicht. "Ik heb echt geen honger. Ik koop wel een broodje op school."
Ze hees haar tas op haar schouder en liep door naar de gang. Ze zette haar zonnebril op en duwde de buitendeur open. Het was nog fris, maar de zon scheen op haar gezicht. Ze trok de rits van haar vest omhoog en stapte op haar fiets. Langzaam reedt ze over het grindpad af. De steentjes knarsten onder haar wiel. 

In gedachten verzonken reed ze het schoolplein op. Met wat gestuntel zette ze haar fiets in de stelling en draaide hem op slot. Toen ze zich omdraaide keek ze recht in de bruine ogen van Ancella. Geschrokken deinsde ze achteruit.
"Jemig, Cel, ik schrik me dood!"
"Oh, het spijt me!" riep Ancella vlug. Een rode blos verscheen op haar met sproeten versierde wangen. 
"Het geeft niet hoor." lachte Dawn. "Weet jij waar we het eerste uur les hebben?"
Ancella knikte. "Biologie in lokaal 31."
Dawn glimlachte. Ancella wist altijd haar rooster uit haar hoofd, ze onthield alles. 
"Ik ben jaloers op je geheugen, Cel." verzuchtte Dawn.
"Hoezo?" vroeg Ancella. "Met je korte-termijngeheugen is toch niks mis?"
"Nee," antwoordde Dawn. "Maar het is niet zo scherp als het jouwe."
Ancella zweeg. Ze bloosde opnieuw, zag Dawn. Ze was ook zo verlegen.
Zwijgend liepen ze de school binnen. Midden in de aula bleef Ancella abrupt staan.
"Wat is er?" vroeg Dawn.
"Eric." zei Ancella angstig. Ze trok bleek weg en haar vingers trilden.
Dawn slaakte een diepe zucht. Eric was een jongen uit een hogere klas die altijd Ancella moest hebben. Waarschijnlijk was ze gewoon een makkelijke prooi omdat ze niet voor zichzelf op kon komen. Dawn pakte Ancella bij haar pols en wilde weglopen, maar Eric had hen al gezien.
"Ancellaaa!" riep hij vrolijk, en hij zwaaide theatraal naar haar. Dawn balde haar handen tot vuisten en klemde haar kaken op elkaar. Ancella stond als aan de grond genageld. Eric liep op haar af en trok haar aan haar pols naar zich toe.
"Laat me los." prevelde Ancella.
"Wat zei je schatje?" vroeg Eric spottend. Hij draaide haar op en ritste haar rugzak open. Één voor één begon hij haar boeken op de grond te gooien.
"Je hoorde haar wel." zei Dawn fel. Haar ogen schoten vuur.
"Hé, sneeuwwitje, ik wist niet dat je er ook was." 
"Laat haar los." zei Dawn. Ze voelde haar bloed koken.
"Wat jij wil." zei Eric en hij liet Ancella los en gaf haar een harde duw in haar rug, waardoor ze voorover op haar knieën in elkaar zakte. Ze nam niet eens de moeite overeind te komen. Dawn zette een paar stappen in Eric's richting en spuugde voor zijn voeten op de grond. Zonder hem verder nog een blik waardig te keren knielde ze naast Ancella neer en begon haar boeken terug te stoppen in haar nog steeds openstaande rugzak. Ancella trilde van top tot teen.
"Je moet echt voor jezelf op leren komen, Cel." zei Dawn kil. "Eric gaat echt te ver."
Ancella knikte. Een traan drupte geruisloos op de marmeren vloer.



maandag 20 april 2009

Een stelletje schapen. (Pepita)

"Die broek staat je geweldig!"
"Wat past hij goed bij je ogen!"
"Maakt hij me niet een beetje dik?"
"Hou je buik eens in? Ach welnee! Zeg eens Charlotte, wat vind jij ervan?"
Opeens waren vijf paar ogen op Charlotte gericht. Ze wist even niet wat te doen of zeggen. Ze vond de broek niet speciaal mooi ofzo. Ook niet lelijk, het was toch gewoon een broek? Wat kan er nou mooi of niet mooi zijn aan een doodnormale spijkerbroek?
"Hij staat je goed hoor."
Het meisje dat de broek paste, Anna, draaide zich nog een keer rond voor de spiegel. Charlotte zuchtte, hoelang zou dit nog duren... De zon scheen, ze wilde alleen zijn, buiten.

Helaas dachten de anderen er niet zo over. Pas toen de winkels gingen sluiten kwam het in ze op eens te overleggen of ze maar eens huiswaarts zouden gaan.
"Zullen we nog een terrasje pakken?" Dat voorstel kwam van Louise.
Charlotte schudde snel haar hoofd. "Nee, ik ga naar huis hoor!"
De meiden leken teleurgesteld. Hier werd Charlotte zo moe van. De wind speelde met haar rode haren, en ze dacht aan het bos vlakbij haar huis. Daar wilde ze zijn, niet hier bij dat stelletje schapen.
Één van de schapen, Sylvana, verzuchtte: "Nou, dan moeten wij ook maar naar huis."
"Natuurlijk niet!" riep Charlotte. "Jullie kunnen toch met zijn vijven even gaan? Daar hebben jullie mij toch niet bij nodig?"
"Ach, we fietsen wel even met je mee."
Charlotte trok haar liefste wat-zijn-jullie-toch-geweldige-vriendinnen-glimlach en vroeg zich ondertussen of deze meisjes nooit voor zichzelf zouden gaan denken en altijd iemand als Charlotte zouden gebruiken om hun beslissingen te nemen. Ze werd er af en toe aardig gefrustreerd van.

vrijdag 17 april 2009

The Very Beginning. (Johanna)

Het steentje sloeg gewelddadig een gat in het spiegelgladde wateroppervlak. Het gat verdween en steeds groter wordende ringen kwamen ervoor in de plaats. Een nieuw steentje vloog door de lucht en raakte het water. Dawn staarde als verdoofd naar haar spiegelbeeld, dat vervormde door de kringen die haar steentje veroorzaakte. Ze zat in een T-shirtje en een driekwartsbroek op de houten steiger over het meer. Haar slippers lagen naast haar op het warme hout, en haar blote voeten bungelden boven het water. De zon brandde op haar huid, het was warm voor de tijd van het jaar.
Het hout achter haar rug kraakte zachtjes. Dawn draaide zich half om en keek in Luca's sproeterige gezicht. Hij kneep één oog dicht tegen de zon.
"Dawn, kom je zo eten?"
Dawn knikte. "Ik kom zo. Wat eten we?"
"Bietjes." Luca trok een vies gezicht.
"Boffen wij even." giechelde Dawn.
Luca zweeg even. "Dawn?"
"Hm?" Dawn keek haar broertje vragend aan.
Luca sloeg zijn ogen neer. "Nee, laat maar." Hij draaide zich om.
"Zeg maar tegen Diego dat ik er zo aankom." Luca knikte.
Dawn keek hem even na en richtte toen haar blik weer op het water. De glimlach die ze net geforceerd had verdween van haar gezicht. Een zacht briesje tilde haar haren even op. Langzaam sloot ze haar ogen, een traan rolde langs haar kin. Met een krachtige worp smeet ze het steentje dat ze nog in haar hand hield over het meer. Het leek een eeuwigheid voordat het in het water verdween. Aan de overkant van het meer wuifden de boomtoppen langzaam heen en weer. Dawn zag zichzelf nog zitten, in het kleine houten bootje. Het was een warme dag geweest, net als deze. Het water had net zo mooi geglinsterd als dat van dit meer. Ze kon haar moeder's stem nog horen. Lachend had ze haar naam geroepen. Haar moeder...
Dawn wist haar naam niet meer, noch hoe ze eruit zag. Het enige dat ze zich herinnerde was de heldere klank van haar stem, zoals die had geklonken op die warme dag op het water. Er waren geen wolken geweest, dat wist ze nog. Alleen maar de zon in een strakblauwe lucht. En madeliefjes. Een krans van madeliefjes in haar haar. Dawn slaakte een diepe zucht. Het was de enige herinnering van voor haar tiende.
"Dawn! Eten!"
Dit keer was het de raspende stem van Diego die de stilte verbrak. Met een snelle beweging veegde ze over haar wang. 
"Ik kom al."
Ze hoorde Diego weer weglopen. Langzaam hees ze zichzelf overeind en pakte haar slippers. Na een laatste blik over het meer draaide ze zich om en liep op haar blote voeten naar het huisje. Het vochtige kras kriebelde aan haar voeten.

donderdag 16 april 2009

Introductie (Pepita)

Pfff... alle begin is moeilijk.



Naam: Charlotte Erlina Herring .
Leeftijd: net zestien
Ouders: Een Ierse vader (Owen) en een Franse moeder (Marie), is net naar Engeland verhuist omdat haar vader daar een baan kon krijgen.
Broer en zus: Een oudere broer (Cameron) en een kleiner zusje (Carmen Marvene). Ze hebben alledrie dezelfde bruine ogen.

Uiterlijk Charlotte:
Rood krullend haar, groene ogen, bleke huid, sproeten. Lange benen. Smal, fijngevormd gezicht. Echt keltisch.

Innerlijk Charlotte:
Houdt van oude dingen. Kan helemaal opgaan in de geschiedenis van Ierland of keltische muziek. Dat heeft ze van haar vader meegekregen. Met Frankrijk heeft ze niet zoveel, tot ergernis van haar moeder. Ze is heel anders dan haar leeftijdgenoten qua interesses, echt een dromer. Ze maakt wel snel vrienden, omdat ze makkelijk is om mee om te gaan. Ze zegt niet zoveel en bijna niemand kent haar echt. Echt een vriend of vriendin met wie ze alles deelt heeft ze niet, mensen kennen alleen haar buitenkant. En dat vind ze goed zo, want ze deelt alles het liefste met haar broer, die kent ze tenminste. Ze heeft een hele mooie stem. Speelt dwarsfluit.

Cameron, bijna 18:
Bruine ogen,Dik bruin haar. Lang. Ook anders dan zijn leeftijdgenoten, maar maakt niet snel vrienden. Kan hem ook niets schelen, of hij doet in iedergeval alsof. Vind het heerlijk te praten, maar ook te ruziën met Charlotte. Speelt piano.

Carmen, 6 jaar:
Ontzettend muzikaal. Net zo onzeker als ze muzikaal is. Dik bruin haar, meestal in twee dikke, lange vlechten. Molliger dan Cameron en Charlotte, maar nog steeds niet dik. Speelt harp.

Johanna's Charrie. ^^

Goedendag. Pepita en ik schrijven een verhaaltje. We weten niet waar het over gaat, komen we vanzelf wel achter. We verzinnen allebei afzonderlijk een personage en schrijven daar omstebeurt een stukje over. Hoe deze twee figuren uiteindelijk elkaars pad kruisen wordt vanzelf wel duidelijk. ^^ Eerst maar eens een personage bij elkaar verzinnen.

Hoofdpersoon:

Naam: Dawn Henderson
Leeftijd: 17
Woonsituatie: Dawn woont sinds haar twaalfde in een klein vrijstaand huis met haar adoptiefvader Diego en zijn zoontje Luca. Daarvoor woonde ze twee jaar in een weeshuis.
Uiterlijk: Dawn heeft heel lichtblond haar en lichtblauwe ogen. Verder heeft ze een smal, bleek gezicht, en is ze nogal dun. Ze is vrij klein maar heeft wel lange, dunne benen.
Innerlijk: Dawn is onzeker en verlegen, maar heeft een sterke wil.
Bijzonderheden: Lijdt aan retrogade amnesie en kan zich niets herinneren van voor haar tiende. Op een dag werd ze wakker in het weeshuis, en daar werd haar verteld dat ze haar de avond daarvoor ondervoed en onderkoeld van de straat hadden geplukt, toen al droeg ze om haar hals het mysterieuze zilveren medaillon dat ze nog steeds draagt, alleen krijgt ze het niet open.

Bijpersonen in Dawns leven:

Naam: Luca Fortner
Leeftijd: 14
Luca is het adoptiefbroertje van Dawn. Hij heeft bruine krulletjes, groene ogen, en een rond gezicht vor met sproeten. Luca is een vrolijk jongetje, die over het algemeen heel goed met Dawnoverweg kan, hoewel hij soms een beetje irritant is.
Bijzonderheden: Luca lijdt aan astma

Naam: Diego Fortner
Leeftijd: 51
Diego is de echte vader van Luca en heeft Dawn geadopteerd. Diego heeft pluizig donkergrijs haar en is een beetje kalend. Diego heeft een Italiaanse achtergrond.