Ze schrok wakker van Diego's stem die door het huis bulderde. Ze kwam half overeind en spitste haar oren, maar haar hoofd bonkte nog steeds. Een tijdje probeerde ze tevergeefs Diego en Luca, die er af en toe een stuk zachter doorheen kwam te verstaan, maar het lukte niet. Ze voelde ook de kracht niet om naar beneden te gaan, en een ruzie tussen die twee onderbreken leek haar ook geen goed idee. Diego kon behoorlijk fel zijn als hij boos was, en Luca liet alles meestal maar gewoon over zich heen komen en wachtte tot het voorbij was. Dawn liet zich met een zucht weer terugzakken in haar kussen en sloot haar ogen weer. Ze wilde dat die hoofdpijn verdween. Ineens klonk er het geluid van brekend glas. Gevolgd door stampende voetstappen op de trap. Even later wist ze haast zeker dat ze Luca kon horen snikken. Ze hield haar adem in en luisterde ingespannen. "Luca?" vroeg ze nog schor van het slapen. Het bleef even stil. "Laat me maar even." zei Luca toen, een stuk krachtiger dan Dawn verwacht had. Ze keek naar buiten. Het begon al te schemeren. Luca en Diego hadden waarschijnlijk al gegeten. Ze had langer geslapen dan ze van plan was. Maar ze had toch geen honger, en de hoofdpijn trok haar hoofd weer omlaag. Het zag ernaar uit dat ze gewoon moest blijven liggen, in de hoop dat het morgen over was. "Weltrusten." mompelde ze zachtjes. Ze voelde haar oogleden alweer zwaar worden en trok haar deken over zich heen. "Weltrusten." hoorde ze Luca fluisteren. Het klonk best wel dichtbij, alsof hij vlak voor de deur stond. Eigenlijk wilde ze opstaan, de deur opendoen, en Luca overhalen om te praten, maar haar lichaam liet het niet toe. Haar gedachten dwaalden af en haar ogen vielen dicht. Waarom was ze toch zo moe vandaag.
zaterdag 2 juli 2011
Sommige dingen zijn niet met pillen te bestrijden. (Johanna)
Dawn had geen idee hoe lang ze al op de bank voor zicht uit had zitten staren toen Luca binnenkwam en het geluid van de voordeur haar uit haar gedachtenwereld rukte. "Ik ben thuis!' riep Luca opgewekt. Dawn knipperde langzaam met haar ogen. Zachtjes legde ze haar vinger tegen haar slapen. De hoofdpijn die na haar tweede ontmoeting met Charlotte was opgespeeld, hield hardnekkig aan. "Gaat het?" vroeg Luca, die met zijn tas nog in zijn hand bezorgd naar Dawn keek. Dawn draaide zich om om haar broertje aan te kijken. "Jawel. Beetje hoofdpijn." Luca knikte langzaam en zette zijn tas neer. "Neem een aspirientje dan?" Hij gebaarde met zijn hoofd naar het kastje in de keuken waar Diego alle medicijnen bewaarden. Zijn vitaminensupplementen stonden erin, maar ook Luca's astma-medicijnen en dingen als hoestsiroop en paracetamol. Dawn schudde haar hoofd. "Heb ik al genomen, maar het werkt niet." Luca schoof één van de houten stoelen onder de eettafel vandaan en ging erop zitten, met zijn benen wijd om de rugleuning heen. Zo zat hij vaak, met zijn armen gevouwen onder zijn kin. Diego zei er meestal wat van als hij er was, maar daar trok Luca zich weinig van aan. "Misschien moet je even gaan liggen." zei hij nadenkend. "Of moet ik een kop thee voor je zetten?" Dawn schudde haar hoofd. "Dat is lief van je, maar dat hoeft niet hoor." zei ze met een glimlach. Luca glimlachte terug. "Hoe was het eigenlijk met het tassenmeisje?" Dawn dacht even na. "Oh, Charlotte!" Voor het eerst sinds ze die middag uit het winkelcentrum was weggefietst had ze er even 5 minuten niet aan gedacht. Ze twijfelde even... Zou ze het Luca vertellen? Hij zou het waarschijnlijk niet begrijpen. Ze begreep het zelf nauwelijks. "Het ging heel snel eigenlijk." zei ze toen, meer tegen zichzelf dan tegen Luca. Hij leek ook al niet meer te luisteren. Zijn aandacht werd in beslag genomen door de grote staande klok in de hoek van de kamer. Het was een erfstuk van Diego's moeder geweest. Vroeger was Luca er eens tegenaan gevallen tijdens een wild spelletje tikkertje. Diego had hem behoorlijk de wind van voren gegeven. Nog jaren daarna hadden ze allebei de klok niet aan durven te raken. Nu keek Luca weer net zo benauwd als toen, maar nu was zijn blik ook echt gericht op de matte witten cijferplaat. "Weet jij hoe laat Papa thuiskomt?" vroeg hij toen. Dawn haalde haar schouders op. "Die kan er ieder moment zijn denk ik." Luca beet op zijn lip. "Ik ga vast naar boven. Ik heb veel huiswerk." Hij hees zijn tas weer op zijn schouder en bleef nog even besluiteloos staan. Daarna stak hij zonder te kijken zijn hand op naar Dawn en verdween door de deur naar de gang. Even later hoorde ze zijn trage voetstappen op de krakerige trap. Wat zou er aan de hand zijn? Had Luca ruzie gehad met Diego? Dawn overwoog net hem te volgen toen er weer een felle pijnscheut door haar hoofd heen schoot. Misschien was het inderdaad geen slecht idee om even te gaan liggen. Ze kwam moeizaam overeind en sleepte zichzelf naar de deur waardoor Luca net verdwenen was. Voor ze de kamer verliet controleerde ze nog even of er niks was waar Diego kwaad om zou kunnen worden; glazen op de grond bijvoorbeeld. Of een vest dat op een stoel rondslingerde. De kamer was netjes, dus trok Dawn tevreden de deur achter zich dicht. De steile houten trap had nog nooit zo lang geleken, voor zover Dawn zich kon herinneren. Toen ze uiteindelijk hijgend bovenkwam had ze het gevoel dat ze een marathon gerend had. In haar kamer liet ze zich uitgeput op haar bed vallen. Haar kussensloop voelde heerlijk koel tegen haar gloeiende hoofdhuid. Ze wurmde haar voeten uit haar schoenen en trok haar benen op zodat ze comfortabel lag. Toen ze haar ogen sloot viel ze na enkele minuten al in slaap.
woensdag 29 september 2010
Een ontdekking.
Charlotte ging al een week niet meer naar haar plekje in het bos. Het voelde niet meer als "haar" plekje, maar als gemeenschappelijke grond. Wat stelde ze zich aan, het bos is altijd al gemeengoed geweest. Maar toch.
Ze baalde van zichzelf. En goed ook. Dan ontmoet ze ein-de-lijk iemand die toch een beetje interessant lijkt, en dan doet ze zo bot. Waar slaat dat op? Waarom deed ze dat altijd? Mensen die ze irritant vond bleven vanzelf aan haar plakken, en leuke mensen stootte ze af.
Dat meisje had aardig gedaan, ook nadat Charlotte zo raar had gedaan in het bos. Dat zouden de meisjes van school niet doen. Die zouden je arrogant vinden en buitensluiten. En waarom had ze verwacht dat Dawn een meeloper was? Zelf droeg Charlotte toch ook gewoon een spijkerbroek? Meestal dan. Hoe meer Charlotte er over nadacht, hoe minder "gewoon" Dawn leek.
Het kettinkje om de hals van Dawn had haar geïntrigeerd. Charlotte wist niet waarom, maar toen ze elkaar zagen in het winkelcentrum vond ze het moeilijk om er niet de hele tijd naar te kijken. Als Dawn maar geen rare dingen ging denken. Ach, wat zou het. Ze zag haar toch nooit meer. Omdat ze altijd zo raar deed bij mensen die haar onzeker maakten. Op school, daar kon ze mee omgaan. Maar Dawn had ze in haar eigen wereld gezien, op het plekje in het bos.
Haar gedachten werden onderbroken door Carmen, die binnenkwam en op haar bed plofte.
Ze graaide naar de agenda die Charlotte op schoot had. "Waarom teken je altijd in je agenda?"
Charlotte glimlachte. "Wat moet je anders met zo'n ding?"
"Mag ik er ook een tekening in maken?"
Charlotte knikte en streek over het haar van haar zusje. De dikke bruine vlechten bungelden heen en weer toen Carmen zich over de agenda boog.
Ze staarde uit het raam terwijl Carmen ingespannen in haar agenda zat te tekenen.
"Waar is Cameron?" vroeg Charlotte opeens.
"Weet ik niet, ik denk op zolder."
Daar was Cameron vaak, want daar stond de piano.
Ze zwegen allebei, Charlotte dacht na over Cameron, en Carmen zat met haar tong uit haar mond ingespannen te tekenen. Toen ze klaar was, sprong ze op. De agenda viel op de grond. "Oh, sorry!"
"Geeft niet, hoor."
"Wil je spelen?"
"Hm. Straks. Zullen we dan buiten verstoppertje doen?"
Carmen rimpelde haar neus. Zoveel als Charlotte van buiten zijn hield, zoveel hield Carmen ervan om met een dekentje en warme chocolademelk op de bank te zitten. Bij de kachel. Zoveel als Charlotte van alleen zijn hield, zo graag was Carmen onder de mensen. Carmen leek meer op hun moeder. Charlotte meer op hun vader.
Toen ze Carmen eindelijk uit haar kamer weggewerkt had, liep ze naar boven. Een langzame pianomelodie kwam haar tegemoet. Het klonk mooi, maar ook erg verdrietig. Charlotte raakte er meer en meer van overtuigd dat haar broer echt iets dwarszat. Als ze nu maar wist wat er was. Cameron ging helemaal op in zijn pianospel. Hij bewoog mee met de muziek en zijn gezicht sprak boekdelen. Het deed Charlotte altijd pijn als ze hem zo zag, hij leek zo kwetsbaar. Dat paste niet bij een grote broer. Om hem niet te storen, keek Charlotte wat rond op zolder. Ze kwam hier niet vaak, ze vond het er te donker en te benauwd. Hier ergens moesten de dozen met babyfoto's staan, dat vond ze wel altijd leuk om te zien. Ze opende een kast. Bingo.
Ze pakte de dozen één voor één van de plank. Plotseling viel haar oog op een klein zwart doosje, weggestopt alsof iemand het kwijt wilde maar toch ook niet wilde weggooien. Voorzichtig, met nog twee dozen in haar handen, pakte ze het doosje. Er zat een dikke laag stof op. Charlotte nieste. Bam.
Foto's dwarrelden in het rond. Ze had de dozen laten vallen. Cameron was geschrokken opgehouden met spelen en draaide zich om. "Charlotte? Wat doe je? Ik schrok me dood!"
Charlotte zei niets. Ze had het doosje opengemaakt. Een zilveren glinstering kwam haar tegemoet. Ze herkende het meteen.
---------
Johanna! Ik had gewoon een jaar niet geschreven. Sorry. Echt stom! Ik kreeg er opeens weer zin in, toen ik het voor het eerst sinds maanden weer terug las. Het verhaal begon net echt leuk te worden. Vond ik. Nouja. Ik denk niet dat je nog zin hebt om verder te schrijven. Gezien jouw vele andere blogs enzo denk ik dat je leukere dingen te doen hebt :) Maargoed. Ik had vorig jaar nogal een inzinking, waardoor ik nergens echt zin in had. Blabla. Sorry in ieder geval. Echt.
Groetjes, Pepita.
Ze baalde van zichzelf. En goed ook. Dan ontmoet ze ein-de-lijk iemand die toch een beetje interessant lijkt, en dan doet ze zo bot. Waar slaat dat op? Waarom deed ze dat altijd? Mensen die ze irritant vond bleven vanzelf aan haar plakken, en leuke mensen stootte ze af.
Dat meisje had aardig gedaan, ook nadat Charlotte zo raar had gedaan in het bos. Dat zouden de meisjes van school niet doen. Die zouden je arrogant vinden en buitensluiten. En waarom had ze verwacht dat Dawn een meeloper was? Zelf droeg Charlotte toch ook gewoon een spijkerbroek? Meestal dan. Hoe meer Charlotte er over nadacht, hoe minder "gewoon" Dawn leek.
Het kettinkje om de hals van Dawn had haar geïntrigeerd. Charlotte wist niet waarom, maar toen ze elkaar zagen in het winkelcentrum vond ze het moeilijk om er niet de hele tijd naar te kijken. Als Dawn maar geen rare dingen ging denken. Ach, wat zou het. Ze zag haar toch nooit meer. Omdat ze altijd zo raar deed bij mensen die haar onzeker maakten. Op school, daar kon ze mee omgaan. Maar Dawn had ze in haar eigen wereld gezien, op het plekje in het bos.
Haar gedachten werden onderbroken door Carmen, die binnenkwam en op haar bed plofte.
Ze graaide naar de agenda die Charlotte op schoot had. "Waarom teken je altijd in je agenda?"
Charlotte glimlachte. "Wat moet je anders met zo'n ding?"
"Mag ik er ook een tekening in maken?"
Charlotte knikte en streek over het haar van haar zusje. De dikke bruine vlechten bungelden heen en weer toen Carmen zich over de agenda boog.
Ze staarde uit het raam terwijl Carmen ingespannen in haar agenda zat te tekenen.
"Waar is Cameron?" vroeg Charlotte opeens.
"Weet ik niet, ik denk op zolder."
Daar was Cameron vaak, want daar stond de piano.
Ze zwegen allebei, Charlotte dacht na over Cameron, en Carmen zat met haar tong uit haar mond ingespannen te tekenen. Toen ze klaar was, sprong ze op. De agenda viel op de grond. "Oh, sorry!"
"Geeft niet, hoor."
"Wil je spelen?"
"Hm. Straks. Zullen we dan buiten verstoppertje doen?"
Carmen rimpelde haar neus. Zoveel als Charlotte van buiten zijn hield, zoveel hield Carmen ervan om met een dekentje en warme chocolademelk op de bank te zitten. Bij de kachel. Zoveel als Charlotte van alleen zijn hield, zo graag was Carmen onder de mensen. Carmen leek meer op hun moeder. Charlotte meer op hun vader.
Toen ze Carmen eindelijk uit haar kamer weggewerkt had, liep ze naar boven. Een langzame pianomelodie kwam haar tegemoet. Het klonk mooi, maar ook erg verdrietig. Charlotte raakte er meer en meer van overtuigd dat haar broer echt iets dwarszat. Als ze nu maar wist wat er was. Cameron ging helemaal op in zijn pianospel. Hij bewoog mee met de muziek en zijn gezicht sprak boekdelen. Het deed Charlotte altijd pijn als ze hem zo zag, hij leek zo kwetsbaar. Dat paste niet bij een grote broer. Om hem niet te storen, keek Charlotte wat rond op zolder. Ze kwam hier niet vaak, ze vond het er te donker en te benauwd. Hier ergens moesten de dozen met babyfoto's staan, dat vond ze wel altijd leuk om te zien. Ze opende een kast. Bingo.
Ze pakte de dozen één voor één van de plank. Plotseling viel haar oog op een klein zwart doosje, weggestopt alsof iemand het kwijt wilde maar toch ook niet wilde weggooien. Voorzichtig, met nog twee dozen in haar handen, pakte ze het doosje. Er zat een dikke laag stof op. Charlotte nieste. Bam.
Foto's dwarrelden in het rond. Ze had de dozen laten vallen. Cameron was geschrokken opgehouden met spelen en draaide zich om. "Charlotte? Wat doe je? Ik schrok me dood!"
Charlotte zei niets. Ze had het doosje opengemaakt. Een zilveren glinstering kwam haar tegemoet. Ze herkende het meteen.
---------
Johanna! Ik had gewoon een jaar niet geschreven. Sorry. Echt stom! Ik kreeg er opeens weer zin in, toen ik het voor het eerst sinds maanden weer terug las. Het verhaal begon net echt leuk te worden. Vond ik. Nouja. Ik denk niet dat je nog zin hebt om verder te schrijven. Gezien jouw vele andere blogs enzo denk ik dat je leukere dingen te doen hebt :) Maargoed. Ik had vorig jaar nogal een inzinking, waardoor ik nergens echt zin in had. Blabla. Sorry in ieder geval. Echt.
Groetjes, Pepita.
zaterdag 29 augustus 2009
Meeting Again.
Omdat ik Pepita beloofd had een tekening te maken:
Als we het dan als boek gaan uitgeven hebben we tenminste een voorkant. x']

Dawn wierp een blik op het zilveren horloge dat aan haar dunne pols bungelde. Het was eigenlijk veel te groot, het was een oude van Diego. Vijf voor halfdrie. Charlotte kon ieder moment aankomen. Tenzij ze zo'n laatkomertje was natuurlijk. Dawn strekte haar armen en hees zich op het stenen muurtje achter zich. Zelf was ze altijd overal te vroeg. Ze haalde diep adem. Nerveus speelde ze met het hengsel van de tas die aan haar schouder hing. Waarom was ze toch zo zenuwachtig? Ze hoefde hem alleen maar even terug te geven, en dan was alles voorbij. Dawn dacht aan de vorige middag. Een fractie van een seconde hadden ze elkaar aangekeken, en toch kon Dawn zich ieder detail van Charlotte's verschijning haarscherp voor de geest halen. Haar vurige rode krullen, de verfijnde vorm van haar bleke gezicht, het was alsof ze haar al eerder had gezien.
"Eh... Hallo?"
Dawn schrok op uit haar gedachten. Het bleke, sproeterige gezich dat ze zojuist voor zich had gezien keek haar doordringend aan.
"Jij bent toch Dawn, het meisje van gister?"
"Ch-Charlotte..." stamelde Dawn. Charlotte reikte haar hand uit.
"Mag ik mijn tas?"
Dawn sprong behendig van het muurtje en gaf Charlotte de tas. Charlotte sloeg haar ogen neer.
"Bedankt. Sorry van gister."
Dawn sloot haar vingers rond het medaillon on haar hals.
"Eh... Maakt niet uit."
"Dus eh..." mompelde Charlotte. "Dat plekje... Kom je daar vaker?"
Dawn keek verbaasd op. "Uh... Ja... Best wel vaak eigenlijk..."
Charlotte beet op haar lip. "En jij?" vroeg Dawn voorzichtig.
"Uh... Zo af en toe..." zei Charlotte tegen de grond. Haar stem klonk ineens kil en afstandelijk. Dawn liet het medaillon los en stak haar handen in haar zakken. Charlotte keek op. Haar blik bleef rusten op het medaillon. Dawn keek weg en haalde zenuwachtig een hand door haar haar.
"Ehm... Ik moet maar eens gaan." zei ze na een tijdje ongemakkelijk gezwegen te hebben. Charlotte knikte. "Doei."
"Doei." riep Dawn terwijl ze zich omdraaide en naar haar fiets liep. Opnieuw gingen haar vingers naar het medaillon. Het koude zilver leek haar huid te bevriezen. Charlotte's zachte, heldere stem galmde nog na in haar hoofd. "Kom je daar vaker?" Dawn sloot haar ogen. De rode krullen dansten nog steeds voor haar gezicht. Verward stak ze haar sleutel in het slot. Met een klikkend geluid ging het slot open. "Kom je daar vaker?" Langzaam trok ze haar fiets uit de stalling. De smalle banden slingerden vervaarlijk. "Dat plekje... Kom je daar vaker?" Het duizelde Dawn. De rode krullen verstoorden haar zicht. Met een kletterend geluid raakte haar fiets de stenen en langzaam zakte ze op haar knieën neer. Die stem, die krullen... Wie was dat meisje?!"
On second thought.
Charlotte zat in de les. Nouja, alleen fysiek, want in gedachten was ze er totaal niet bij. Ze dacht aan gisteravond. Het rare telefoongesprek. Ze was al bijna in slaap gevallen op haar bed, toen haar telefoon begon te rinkelen. Met moeite kreeg ze haar betraande ogen open en nam op.
"Hallo?"
"Hoi, met Dawn. Ben jij Charlotte? Je hebt me gezien in het bos. Niet ophangen."
Dat was in eerste instantie wel Charlotte's reactie geweest, maar ze besefte ook wel dat ze op die manier haar tas niet terug kreeg.
"Oké."
"Ik denk dat je je tas wel terug wilt? Ben je morgen om half drie al klaar op school? Dan spreken we af in het winkelcentrum."
Het was geen onaardige stem. Misschien viel ze toch wel mee. Charlotte zag er wel tegenop om morgen zonder tas naar school te gaan, maar dat was dan maar zo.
"Oh ok. Is goed. Dan zie ik je morgen."
"Tot morgen."
Zo bezien lijkt het een heel normaal telefoongesprek, maar Charlotte had zich nog nooit zo gek gevoeld. Toen in het bos had ze gedacht dat het een doorsnee meeloper was geweest, met een gescheurde spijkerbroek en een mp3, maar die zullen toch nooit zomaar de stilte van het bos opzoeken? Charlotte had gedacht dat ze daarmee enig in haar soort was, misschien leek dit meisje meer op haar dan ze dacht...
Na het telefoontje was ze gaan nadenken. Ze had zich aangesteld. Dat meisje een rotgevoel gegeven, terwijl zij ook gewoon rust nodig bleek te hebben. Cameron alleen gelaten toen hij haar nodig had. Ze haatte zichzelf.
Nee, zo moest ze niet denken. Daar los je niets mee op. Ze ging voor de spiegel staan en sprak zichzelf in gedachten toe: "Raap jezelf bij elkaar, ga beneden even wat eten, maak het goed met Cameron en ga gewoon naar bed."
Het eten ging makkelijk, het gesprek met Cameron niet. Hij vergaf het haar wel, maar hij had ook geen zin om er verder over te praten. Toen ze bleef proberen, zette hij haar zijn kamer uit. Charlotte beet op haar lip.
"Charlotte, hoor je me?"
Ze schrok op uit haar gedachten. "Sorry mevrouw. Wat vroeg u?"
"Je hebt je huiswerk niet gemaakt. Je hebt je spullen niet mee. Denk je dan dat je het je kan permitteren om te gaan zitten dagdromen?" Mevrouw van der Steen was voor haar tafel komen te staan en keek haar boos aan.
Charlotte boog haar hoofd. "Sorry mevrouw. Nee."
"Nee, dat denk ik ook niet. Ik vroeg je het Latijnse woord voor lied."
Maar dat wist Charlotte natuurlijk wel! "Carmen."
Carmen. Haar zusje. Geen enkele naam had beter bij haar gepast. Charlotte hield ervan haar te horen zingen met haar iele stemmetje, toe te kijken hoe haar vingers dansten en plukten aan de snaren van haar harp.
Ojee, zat ze weer te dromen. Gelukkig was het uur bijna afgelopen, ze moest zo naar het winkelcentrum. Dawn (zo heette ze toch?) zou op haar wachten.
"Hallo?"
"Hoi, met Dawn. Ben jij Charlotte? Je hebt me gezien in het bos. Niet ophangen."
Dat was in eerste instantie wel Charlotte's reactie geweest, maar ze besefte ook wel dat ze op die manier haar tas niet terug kreeg.
"Oké."
"Ik denk dat je je tas wel terug wilt? Ben je morgen om half drie al klaar op school? Dan spreken we af in het winkelcentrum."
Het was geen onaardige stem. Misschien viel ze toch wel mee. Charlotte zag er wel tegenop om morgen zonder tas naar school te gaan, maar dat was dan maar zo.
"Oh ok. Is goed. Dan zie ik je morgen."
"Tot morgen."
Zo bezien lijkt het een heel normaal telefoongesprek, maar Charlotte had zich nog nooit zo gek gevoeld. Toen in het bos had ze gedacht dat het een doorsnee meeloper was geweest, met een gescheurde spijkerbroek en een mp3, maar die zullen toch nooit zomaar de stilte van het bos opzoeken? Charlotte had gedacht dat ze daarmee enig in haar soort was, misschien leek dit meisje meer op haar dan ze dacht...
Na het telefoontje was ze gaan nadenken. Ze had zich aangesteld. Dat meisje een rotgevoel gegeven, terwijl zij ook gewoon rust nodig bleek te hebben. Cameron alleen gelaten toen hij haar nodig had. Ze haatte zichzelf.
Nee, zo moest ze niet denken. Daar los je niets mee op. Ze ging voor de spiegel staan en sprak zichzelf in gedachten toe: "Raap jezelf bij elkaar, ga beneden even wat eten, maak het goed met Cameron en ga gewoon naar bed."
Het eten ging makkelijk, het gesprek met Cameron niet. Hij vergaf het haar wel, maar hij had ook geen zin om er verder over te praten. Toen ze bleef proberen, zette hij haar zijn kamer uit. Charlotte beet op haar lip.
"Charlotte, hoor je me?"
Ze schrok op uit haar gedachten. "Sorry mevrouw. Wat vroeg u?"
"Je hebt je huiswerk niet gemaakt. Je hebt je spullen niet mee. Denk je dan dat je het je kan permitteren om te gaan zitten dagdromen?" Mevrouw van der Steen was voor haar tafel komen te staan en keek haar boos aan.
Charlotte boog haar hoofd. "Sorry mevrouw. Nee."
"Nee, dat denk ik ook niet. Ik vroeg je het Latijnse woord voor lied."
Maar dat wist Charlotte natuurlijk wel! "Carmen."
Carmen. Haar zusje. Geen enkele naam had beter bij haar gepast. Charlotte hield ervan haar te horen zingen met haar iele stemmetje, toe te kijken hoe haar vingers dansten en plukten aan de snaren van haar harp.
Ojee, zat ze weer te dromen. Gelukkig was het uur bijna afgelopen, ze moest zo naar het winkelcentrum. Dawn (zo heette ze toch?) zou op haar wachten.
Dit gaat over:
Cameron,
Carmen,
Charlotte,
Dawn,
Mevrouw van der Steen
vrijdag 17 juli 2009
Knock-knock. Who's there?
Dawn zat in kleermakerszit op haar bed en staarde vertwijfeld naar de legergroene schoudertas die voor haar op het bed stond. Verward dacht ze terug aan wat er die middag gebeurd was. De geschokte groene ogen van het onbekende meisje stonden nog steeds op haar netvlies gebrand. Ze vroeg zich af of ze er goed aan had gedaan om de tas mee te nemen, want misschien kwam het meisje er nog voor terug, maar nu ze wist dat zij niet de enige was die van het plekje af wist, sloot ze de mogelijkheid dat hij gestolen zou worden niet uit. Daarnaast zou het die nacht gaan regenen, en misschien zat er wel iets in dat niet nat mocht worden...
Dawn zuchtte. De tas waarnaar ze onafgebroken staarde leek terug te staren. Er werd zachtjes op de deur geklopt.
"Dawn?"
Het was de half-fluisterende stem van Luca. Dawn liet zich achterover vallen.
"Hmm..?"
"Mag ik binnenkomen?"
Dawn kwam weer overeind. Luca's stem klonk ernstig. Dawn stond op en liep naar de deur en deed hem open. Luca liep langs haar heen naar binnen en plofte onder haar aan te kijken neer op haar bed. Dawn deed de deur dicht en ging naast Luca op haar bed zitten. Ze boog zich over hem heen en trok de tas naar zich toe.
"Wat moet ik hier nou mee?" verzuchtte ze.
"Van wie is die?" vroeg Luca nieuwsgierig. Zijn stem klonk trillerig.
"Geen idee." zei Dawn. "Van een meisje die ik in het bos tegenkwam. Ze rende zomaar weg en liet haar tas staan. Ik wist niet wat ik moest doen, dus heb ik hem maar meegenomen."
"Gejat?!" vroeg Luca met grote ogen.
"Natuurlijk niet!" zei Dawn verontwaardigd. "Maar als ik hem daar had laten staan had iemand anders dat misschien wel gedaan. Ik wil hem terug geven."
Luca sloeg zijn ogen neer. "Heb je gekeken wat erin zit?"
Dawn schudde haar hoofd. "Ik vind het zo raar om iemands tas te doorzoeken..." mompelde ze vertwijfeld.
"Maar misschien zit er iets in dat je kan helpen haar te vinden..." zei Luca. "Een portomonnee met id-kaart of adreskaartje ofzoiets..."
Dawn keek hem even aan.
"Hé... Wat is dit?" Dawn streek Luca's krullen uit zijn gezicht en hapte naar adem. Boven Luca's wenkbrauw zat een diepe snee. Luca duwde haar hand weg en trok zijn haren over zijn ogen.
"Niks! Gewoon... Hoofd gestoten."
"Hè? Zo hard? Hoe krijg je dat nou weer voor elkaar?"
"Weet ik veel! Ga die tas nou maar doorzoeken!" Dawn schrok. Luca was nooit zo fel.
"Oké, oké, rustig maar." Ze haalde diep adem en trok de rits open. Even keek ze opzij. Het viel haar nu pas op dat Luca's ogen een beetje rood en gezwollen waren, alsof hij had gehuild. Ze sloeg haar ogen weer neer en keek in de tas.
"Voornamelijk schoolboeken." mompelde ze. "Niks genants tot nu toe... Ah! Hebbes!"
Ze haalde een donkergroen, in linnen gebonden boekje tevoorschijn waar met grote goude letters 'Agenda' op gedrukt stond. Luca glimlachte even. Zijn bij Dawn welbekende nep-glimlach, die hij altijd opzette als hij eigenlijk kwaad of gekwetst was. Maar nooit tegenover Dawn. Dawn slikte, wat onverwachts moeilijk ging. Zwijgend sloeg ze het boekje open. Het stond volgekladderd met gedetailleerde tekeningetjes.
"Celtic art..." mompelde ze. "Cool."
Luca reageerde niet. Met een brok in haar keel bladerde ze door naar de eerste pagina. Bovenaan de pagina stond: 'Persoonlijke gegevens'.
"Er staat een telefoonnummer in."
"Nou, dan weet je wat je moet doen hè?" Dawn zuchtte en legde de agenda naast zich neer. Ineens realiseerde ze zich dat ze niet wist waarvoor Luca naar haar kamer was gekomen.
"Wat was er eigenlijk?" vroeg ze voorzichtig.
Luca stond op. "Oh... Niks. Niks belangrijks." Langzaam liep hij naar de deur.
Dawn keek hem verward na. Het was duidelijk dat hij niet gekomen was om gezellig te kletsen, hij klonk veel te ernstig. Bovendien kwam hij niet bepaald vrolijk over. Ze pakte de agende weer en tikte hem tegen haar hoofd. Luca wilde ergens over praten, en zij was alleen maar met die stomme tas bezig. Vertwijfeld keek ze naar de deur. Zou ze hem volgen? Ze schudde haar hoofd. Dat zou het waarschijnlijk nu niet beter maken. Ze kon zich beter op die agenda richten. Ze haalde diep adem, stond op en liep naar de telefoon in de hoek van haar kamer.
Frustratie
Charlotte zat fluitend op de fiets. Ze was vroeg vrij, de meiden uit haar klas hadden haar met rust gelaten en het was heerlijk weer. Een minpuntje was dat ze niet naar haar favoriete plekje kon, omdat ze veel te veel huiswerk had. Ze had er al te weinig aan gedaan.
Toen ze thuiskwam hing ze gewoon haar jas op en groette haar ouders. Niets wat vandaag haar bui kon verpesten, zelfs niet toen Carmen creatief was geweest met haar make-up en ze het grootste gedeelte kon weggooien. Op haar mascara na gebruikte ze er toch haast nooit iets van.
Ze aaide Carmen even door haar haar. "Kom je spelen?" vroeg Carmen hoopvol.
"Nee Carmen, ik heb veel te veel huiswerk. Vraag Cameron maar."
Carmen keek teleurgesteld. "Cameron is boos."
"Waarom?"
"Papa zegt dat hij lui is."
Die ruzie kende Charlotte al, en ze maakte zich er niet al te druk om. Cameron was een dromer, en haar vader vond dat hij maar eens een goede baan moest gaan leren. Cameron echter wilde nog geschiedenis, Nederlands, Iers en cultuur gaan studeren... En het liefst zou hij daarna schrijver worden.
Eenmaal op haar kamer zette ze het raam open en ging aan haar bureau zitten. Ze had haar bureau opzettelijk onder het raam laten zetten zodat ze naar buiten kon kijken als ze huiswerk maakte.
Een werkstuk... en het moest morgen af zijn... eerst maar eens een titel. Ierland? Nee, dat had ze al drie keer gedaan. Noorwegen? Ook een heel mooi land... maar misschien moest ze het voor de verandering eens niet over een land doen. De dwarsfluit, ook niet origineel...
Het begon zachtjes te waaien. De wind streek over Charlotte's gezicht. Dat was het fijnste gevoel op de hele wereld, vond ze. Het begon harder te waaien. Charlotte sloot haar ogen. Ze wilde naar het bos, de wind voelen, het geruis van de bomen horen, de lente ruiken...
Het werkstuk lukte toch niet! Ze gooide haar boeken in haar tas, misschien kon ze daar wel haar huiswerk doen. Daarna wilde ze naar beneden rennen, maar ze zag Cameron staan.
Hij huilde.
Ze zag het goed, dat wist ze zeker. Maar hij wende zich af en verdween zijn kamer in. Charlotte bleef nog even staan. Ze zou nu naar hem toe kunnen gaan. Maar hij hield er niet van als zij hem zag huilen, waarschijnlijk zou hij zich er alleen rotter door voelen. Ze kende hem, en hij was boos. Hij huilde nooit, alleen als hij héél, héél boos was. Nee, ze zou hem even laten afkoelen. En ze wou naar het bos. Ze liep dus de trap af en ging naar buiten.
Eenmaal bij het bos aangekomen zette ze haar fiets tegen een boom, deed even haar ogen dicht en snoof eens diep. Je kon de bomen ruiken. Niets in de hele wereld was zo mooi als deze plek. Rustig liep ze onder de berken door en liet alles even goed op haar inwerken. De wind waaide door haar haren. Er was niets wat ze zo fijn vond als wind. Koud en warm tegelijk en als je je ogen dichtdeed kon je je inbeelden dat je in een verhaal zat, met avontuur in plaats van dit saaie, schoolse leven. Het ging op dit moment alleen wat moeilijker, want ergens in haar hoofd begon ze zich af te vragen of ze toch niet naar Cameron toe had moeten gaan...
Ze was al bijna bij haar favoriete plekje. Terwijl ze luisterde naar het fluiten van de vogels hoorde ze opeens iets anders. Dat was geen vogel... ze begon te rennen. Het leek alsof iemand zat te neuriën. Maar dat kon toch niet, ze had hier nog nooit iemand gezien!
Toen zag ze haar zitten. Dit kon je niet menen. Daar zat een meisje, dat nog jonger leek dan Charlotte zelf, met haar mp3 in haar oren en haar voeten in het gras. Je kon de bassen van de muziek op meters afstand horen. Er was niets waar Charlotte meer hekel aan had. Ze had zelf niet eens zo'n ding.
Ze bleef roerloos staan. Ze kon het niet geloven. Dat plekje, waar ZIJ altijd was gekomen als ze het moeilijk had... wat altijd een toevluchtsplaats voor HAAR was geweest... daar zat nu iemand anders! En dan nog wel zo'n bleek, schriel kind met een gescheurde spijkerbroek. Dat vond ze stoer, zeker. Net als de geluiden van het bos verstoren met haar idiote muziek.
Het meisje keek om. Charlotte schrok zich dood, maar liet niets merken. Daar was ze goed in, niet laten zien wat je denkt of voelt. Ze zag hoe het meisje naar haar toe begon te lopen.
De mp3 bungelde mee met iedere stap, en Charlotte kon de muziek steeds duidelijker horen. Het meisje stond nu recht voor haar. "Hoi, wie ben jij?" vroeg ze.
Charlotte keek haar nog even aan en rende weg. Naar huis, naar huis. Dat was het enige wat ze kon bedenken.
Toen ze thuiskwam, waren Cameron en Carmen weg en haar ouders wisten niet waar ze waren.
En toen ze haar huiswerk wilde gaan doen, kwam ze er achter dat ze haar tas in het bos had laten liggen. Dat had dat meisje dan vast meegenomen...
De dag die zo leuk begonnen was, had een vervelende wending genomen. Charlotte ging op haar bed liggen en viel zo, zonder gegeten te hebben en met haar kleren nog aan, in slaap.
Toen ze thuiskwam hing ze gewoon haar jas op en groette haar ouders. Niets wat vandaag haar bui kon verpesten, zelfs niet toen Carmen creatief was geweest met haar make-up en ze het grootste gedeelte kon weggooien. Op haar mascara na gebruikte ze er toch haast nooit iets van.
Ze aaide Carmen even door haar haar. "Kom je spelen?" vroeg Carmen hoopvol.
"Nee Carmen, ik heb veel te veel huiswerk. Vraag Cameron maar."
Carmen keek teleurgesteld. "Cameron is boos."
"Waarom?"
"Papa zegt dat hij lui is."
Die ruzie kende Charlotte al, en ze maakte zich er niet al te druk om. Cameron was een dromer, en haar vader vond dat hij maar eens een goede baan moest gaan leren. Cameron echter wilde nog geschiedenis, Nederlands, Iers en cultuur gaan studeren... En het liefst zou hij daarna schrijver worden.
Eenmaal op haar kamer zette ze het raam open en ging aan haar bureau zitten. Ze had haar bureau opzettelijk onder het raam laten zetten zodat ze naar buiten kon kijken als ze huiswerk maakte.
Een werkstuk... en het moest morgen af zijn... eerst maar eens een titel. Ierland? Nee, dat had ze al drie keer gedaan. Noorwegen? Ook een heel mooi land... maar misschien moest ze het voor de verandering eens niet over een land doen. De dwarsfluit, ook niet origineel...
Het begon zachtjes te waaien. De wind streek over Charlotte's gezicht. Dat was het fijnste gevoel op de hele wereld, vond ze. Het begon harder te waaien. Charlotte sloot haar ogen. Ze wilde naar het bos, de wind voelen, het geruis van de bomen horen, de lente ruiken...
Het werkstuk lukte toch niet! Ze gooide haar boeken in haar tas, misschien kon ze daar wel haar huiswerk doen. Daarna wilde ze naar beneden rennen, maar ze zag Cameron staan.
Hij huilde.
Ze zag het goed, dat wist ze zeker. Maar hij wende zich af en verdween zijn kamer in. Charlotte bleef nog even staan. Ze zou nu naar hem toe kunnen gaan. Maar hij hield er niet van als zij hem zag huilen, waarschijnlijk zou hij zich er alleen rotter door voelen. Ze kende hem, en hij was boos. Hij huilde nooit, alleen als hij héél, héél boos was. Nee, ze zou hem even laten afkoelen. En ze wou naar het bos. Ze liep dus de trap af en ging naar buiten.
Eenmaal bij het bos aangekomen zette ze haar fiets tegen een boom, deed even haar ogen dicht en snoof eens diep. Je kon de bomen ruiken. Niets in de hele wereld was zo mooi als deze plek. Rustig liep ze onder de berken door en liet alles even goed op haar inwerken. De wind waaide door haar haren. Er was niets wat ze zo fijn vond als wind. Koud en warm tegelijk en als je je ogen dichtdeed kon je je inbeelden dat je in een verhaal zat, met avontuur in plaats van dit saaie, schoolse leven. Het ging op dit moment alleen wat moeilijker, want ergens in haar hoofd begon ze zich af te vragen of ze toch niet naar Cameron toe had moeten gaan...
Ze was al bijna bij haar favoriete plekje. Terwijl ze luisterde naar het fluiten van de vogels hoorde ze opeens iets anders. Dat was geen vogel... ze begon te rennen. Het leek alsof iemand zat te neuriën. Maar dat kon toch niet, ze had hier nog nooit iemand gezien!
Toen zag ze haar zitten. Dit kon je niet menen. Daar zat een meisje, dat nog jonger leek dan Charlotte zelf, met haar mp3 in haar oren en haar voeten in het gras. Je kon de bassen van de muziek op meters afstand horen. Er was niets waar Charlotte meer hekel aan had. Ze had zelf niet eens zo'n ding.
Ze bleef roerloos staan. Ze kon het niet geloven. Dat plekje, waar ZIJ altijd was gekomen als ze het moeilijk had... wat altijd een toevluchtsplaats voor HAAR was geweest... daar zat nu iemand anders! En dan nog wel zo'n bleek, schriel kind met een gescheurde spijkerbroek. Dat vond ze stoer, zeker. Net als de geluiden van het bos verstoren met haar idiote muziek.
Het meisje keek om. Charlotte schrok zich dood, maar liet niets merken. Daar was ze goed in, niet laten zien wat je denkt of voelt. Ze zag hoe het meisje naar haar toe begon te lopen.
De mp3 bungelde mee met iedere stap, en Charlotte kon de muziek steeds duidelijker horen. Het meisje stond nu recht voor haar. "Hoi, wie ben jij?" vroeg ze.
Charlotte keek haar nog even aan en rende weg. Naar huis, naar huis. Dat was het enige wat ze kon bedenken.
Toen ze thuiskwam, waren Cameron en Carmen weg en haar ouders wisten niet waar ze waren.
En toen ze haar huiswerk wilde gaan doen, kwam ze er achter dat ze haar tas in het bos had laten liggen. Dat had dat meisje dan vast meegenomen...
De dag die zo leuk begonnen was, had een vervelende wending genomen. Charlotte ging op haar bed liggen en viel zo, zonder gegeten te hebben en met haar kleren nog aan, in slaap.
vrijdag 24 april 2009
"Goedemiddag Zonnetje!" (Johanna)
Dawn smeet haar fiets tegen de grote eik en rukte de deur open. Ze smeet haar tas tegen de kapstok, waardoor die gevaarlijk wankelde, en stormde de kamer in.
"Goedemiddag zonnetje!" zei Luca opgewekt.
Dawn negeerde hem en stampte door naar de keuken. Ze plukte een fles cola uit de koelkast en keek ongeduldig hoe het glas volstroomde. Gulzig zette ze het aan haar mond en dronk het in één teug leeg. Met een klap kwam het glas neer op het granieten aanrechtblad. Dawn veegde haar mond af met de rug van haar hand en staarde woedend uit het raam.
"Wat lief dat je mij ook wat te drinken aanbiedt!"
Dawn draaide zich om. Luca stapte de keuken binnen en schonk zichzelf ook een glas cola in.
"Zoek een leven." snauwde Dawn. "Wat heb je vandaag?"
Luca grinnikte. "Dat kan ik ook aan jou vragen."
Dawn sloeg haar ogen neer. Luca had gelijk.
"Dawn, wat is er?"vroeg Luca serieus.
"Ik haat hem!" riep Dawn ineens.
Luca trok zijn wenkbrauwen op.
"Eric weer?"
"Ook!" schreeuwde Dawn. "En die vreselijke Veenma!"
"Hmm..." Luca fronste. "Dat kan ik begrijpen." Veenma was Dawn's mentor, maar Luca, die naar dezelfde school ging, kreeg alleen aardrijkskunde van hem.
"Het lijkt wel of die kerel les is gaan geven om kinderen te tergen!" riep Dawn dramatisch.
"Hoogstwaarschijnlijk." zei Luca peinzend.
"Hij haalt echt het bloed onder mijn nagels vandaan!"
"Daar twijdel ik niet aan"
"Ik kan die man echt niet uitstaan! Zijn houding, zijn hoofd, alleen zijn stem al!"
"Vreselijk, vreselijk."
"Altijd als hij voor de klas staat krijg ik zin om die aanwijsstok in zijn strot te stouwen!"
"Begrijpelijk." zei Luca plechtig.
Ineens barstten ze allebei in lachen uit.
"Wat lach je nou?" giechelde Luca.
"Jij lacht ook!" proestte Dawn.
"Niet zo hard als jij!"
Dawn veegde de tranen van het lachen uit haar ogen.
"Sorry. Je bent gewoon grappig. Je bent net 14 en je gedraagt je als een man van vijftig!"
"Alleen als jij je gedraagd als een bejaarde vrouw van in de zestig, die overal over klaagt." zei Luca onschuldig.
"Hé!" riep Dawn verontwaardigd.
"Kom hier jij!" ze liep dreigend op Luca af, maar die zette het op een lopen. Dawn volgde hem de keuken uit, door de gang, en door het enkelhoge grasveld voor hun huis. Uiteindelijk liet ze zich hijgend in het gras vallen.
"Ik geef het op." riep ze buiten adem. "Sinds wanneer ben jij zo snel?"
Luca liep naar haar toe en hurkte aan haar voeten.
"Ik ben niet snel. Jij bent gewoon traag!"
Met haar mp3-speler aan een koortje om haar nek liep ze tussen de dikke bomen door naar het riviertje dat door het midden van het bos stroomde. De bassen dreunden door haar hoofd en ze liet haar hoofd zachtjes meedeinen op de melodie. Langzaam liet ze zich zakken op de rots aan de oever van haar stroompje. Een paar vlekken zonlicht vielen tussen de blaadjes van de bomen door. Als ze omhoog keek zag ze een plafond van doorschijnend groene blaadjes en babyblauwe stukken lucht. Dit was haar favoriete plekje op de hele wereld. Ze wist niet waarom, maar het had iets speciaals, ze voelde zich er altijd op haar gemak. Bovendien had ze er nog nooit iemand gezien, dus waarschijnlijk was zij de enige die ervan af wist. Ze kon er ongestoord meezingen met haar muziek, en zo hard gillen als ze wilde, er was niemand die haar hoorde. Alsof de wand van bomen en zonlicht de plek geluiddicht maakten. Zelf hoorde ze alleen de vogels en het water dat vredig af en toe zachtjes op een steen kletterde en de muziek die uit haar oordopjes kwam ondersteunde. Ze schopte haar slippers uit en liet haar voeten in het koude water zakken. Genietend leunde ze achterover. Tussen het bladerdak door viel een straal zonlicht, precies op haar gezicht.
Abonneren op:
Reacties (Atom)