vrijdag 17 april 2009

The Very Beginning. (Johanna)

Het steentje sloeg gewelddadig een gat in het spiegelgladde wateroppervlak. Het gat verdween en steeds groter wordende ringen kwamen ervoor in de plaats. Een nieuw steentje vloog door de lucht en raakte het water. Dawn staarde als verdoofd naar haar spiegelbeeld, dat vervormde door de kringen die haar steentje veroorzaakte. Ze zat in een T-shirtje en een driekwartsbroek op de houten steiger over het meer. Haar slippers lagen naast haar op het warme hout, en haar blote voeten bungelden boven het water. De zon brandde op haar huid, het was warm voor de tijd van het jaar.
Het hout achter haar rug kraakte zachtjes. Dawn draaide zich half om en keek in Luca's sproeterige gezicht. Hij kneep één oog dicht tegen de zon.
"Dawn, kom je zo eten?"
Dawn knikte. "Ik kom zo. Wat eten we?"
"Bietjes." Luca trok een vies gezicht.
"Boffen wij even." giechelde Dawn.
Luca zweeg even. "Dawn?"
"Hm?" Dawn keek haar broertje vragend aan.
Luca sloeg zijn ogen neer. "Nee, laat maar." Hij draaide zich om.
"Zeg maar tegen Diego dat ik er zo aankom." Luca knikte.
Dawn keek hem even na en richtte toen haar blik weer op het water. De glimlach die ze net geforceerd had verdween van haar gezicht. Een zacht briesje tilde haar haren even op. Langzaam sloot ze haar ogen, een traan rolde langs haar kin. Met een krachtige worp smeet ze het steentje dat ze nog in haar hand hield over het meer. Het leek een eeuwigheid voordat het in het water verdween. Aan de overkant van het meer wuifden de boomtoppen langzaam heen en weer. Dawn zag zichzelf nog zitten, in het kleine houten bootje. Het was een warme dag geweest, net als deze. Het water had net zo mooi geglinsterd als dat van dit meer. Ze kon haar moeder's stem nog horen. Lachend had ze haar naam geroepen. Haar moeder...
Dawn wist haar naam niet meer, noch hoe ze eruit zag. Het enige dat ze zich herinnerde was de heldere klank van haar stem, zoals die had geklonken op die warme dag op het water. Er waren geen wolken geweest, dat wist ze nog. Alleen maar de zon in een strakblauwe lucht. En madeliefjes. Een krans van madeliefjes in haar haar. Dawn slaakte een diepe zucht. Het was de enige herinnering van voor haar tiende.
"Dawn! Eten!"
Dit keer was het de raspende stem van Diego die de stilte verbrak. Met een snelle beweging veegde ze over haar wang. 
"Ik kom al."
Ze hoorde Diego weer weglopen. Langzaam hees ze zichzelf overeind en pakte haar slippers. Na een laatste blik over het meer draaide ze zich om en liep op haar blote voeten naar het huisje. Het vochtige kras kriebelde aan haar voeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten