dinsdag 21 april 2009

Sneeuwwitje en de Boze Wolf (Johanna)

Slaperig bekeek Dawn zichzelf in de spiegel. Ze zag eruit als een zombie, haar gezicht zag nog bleker dan normaal, en ze had donkere kringen om haar ogen. Alweer een nacht amper geslapen. Ze kleedde zich aan en frommelde haar bijna witte haren in een knot. Geeuwend slenterde ze de trap af. Luca zat al aan de keukentafel.
"Goeiemorgen zus!" zei hij opgewekt. "Wat zie er weer lekker vrolijk uit!"
"Hou je kop." snauwde Dawn. Ze pakte een appel uit de fruitschaal en mikte hem in haar tas. Luca giechelde zachtjes.
"Moet je niet ontbijten?" vroeg hij plagerig. "Anders blij je heel de dag zo chagrijnig."
Dawn trok een vies gezicht. "Ik heb echt geen honger. Ik koop wel een broodje op school."
Ze hees haar tas op haar schouder en liep door naar de gang. Ze zette haar zonnebril op en duwde de buitendeur open. Het was nog fris, maar de zon scheen op haar gezicht. Ze trok de rits van haar vest omhoog en stapte op haar fiets. Langzaam reedt ze over het grindpad af. De steentjes knarsten onder haar wiel. 

In gedachten verzonken reed ze het schoolplein op. Met wat gestuntel zette ze haar fiets in de stelling en draaide hem op slot. Toen ze zich omdraaide keek ze recht in de bruine ogen van Ancella. Geschrokken deinsde ze achteruit.
"Jemig, Cel, ik schrik me dood!"
"Oh, het spijt me!" riep Ancella vlug. Een rode blos verscheen op haar met sproeten versierde wangen. 
"Het geeft niet hoor." lachte Dawn. "Weet jij waar we het eerste uur les hebben?"
Ancella knikte. "Biologie in lokaal 31."
Dawn glimlachte. Ancella wist altijd haar rooster uit haar hoofd, ze onthield alles. 
"Ik ben jaloers op je geheugen, Cel." verzuchtte Dawn.
"Hoezo?" vroeg Ancella. "Met je korte-termijngeheugen is toch niks mis?"
"Nee," antwoordde Dawn. "Maar het is niet zo scherp als het jouwe."
Ancella zweeg. Ze bloosde opnieuw, zag Dawn. Ze was ook zo verlegen.
Zwijgend liepen ze de school binnen. Midden in de aula bleef Ancella abrupt staan.
"Wat is er?" vroeg Dawn.
"Eric." zei Ancella angstig. Ze trok bleek weg en haar vingers trilden.
Dawn slaakte een diepe zucht. Eric was een jongen uit een hogere klas die altijd Ancella moest hebben. Waarschijnlijk was ze gewoon een makkelijke prooi omdat ze niet voor zichzelf op kon komen. Dawn pakte Ancella bij haar pols en wilde weglopen, maar Eric had hen al gezien.
"Ancellaaa!" riep hij vrolijk, en hij zwaaide theatraal naar haar. Dawn balde haar handen tot vuisten en klemde haar kaken op elkaar. Ancella stond als aan de grond genageld. Eric liep op haar af en trok haar aan haar pols naar zich toe.
"Laat me los." prevelde Ancella.
"Wat zei je schatje?" vroeg Eric spottend. Hij draaide haar op en ritste haar rugzak open. Één voor één begon hij haar boeken op de grond te gooien.
"Je hoorde haar wel." zei Dawn fel. Haar ogen schoten vuur.
"Hé, sneeuwwitje, ik wist niet dat je er ook was." 
"Laat haar los." zei Dawn. Ze voelde haar bloed koken.
"Wat jij wil." zei Eric en hij liet Ancella los en gaf haar een harde duw in haar rug, waardoor ze voorover op haar knieën in elkaar zakte. Ze nam niet eens de moeite overeind te komen. Dawn zette een paar stappen in Eric's richting en spuugde voor zijn voeten op de grond. Zonder hem verder nog een blik waardig te keren knielde ze naast Ancella neer en begon haar boeken terug te stoppen in haar nog steeds openstaande rugzak. Ancella trilde van top tot teen.
"Je moet echt voor jezelf op leren komen, Cel." zei Dawn kil. "Eric gaat echt te ver."
Ancella knikte. Een traan drupte geruisloos op de marmeren vloer.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten