vrijdag 17 juli 2009

Knock-knock. Who's there?

Dawn zat in kleermakerszit op haar bed en staarde vertwijfeld naar de legergroene schoudertas die voor haar op het bed stond. Verward dacht ze terug aan wat er die middag gebeurd was. De geschokte groene ogen van het onbekende meisje stonden nog steeds op haar netvlies gebrand. Ze vroeg zich af of ze er goed aan had gedaan om de tas mee te nemen, want misschien kwam het meisje er nog voor terug, maar nu ze wist dat zij niet de enige was die van het plekje af wist, sloot ze de mogelijkheid dat hij gestolen zou worden niet uit. Daarnaast zou het die nacht gaan regenen, en misschien zat er wel iets in dat niet nat mocht worden...
Dawn zuchtte. De tas waarnaar ze onafgebroken staarde leek terug te staren. Er werd zachtjes op de deur geklopt.
"Dawn?"
Het was de half-fluisterende stem van Luca. Dawn liet zich achterover vallen.
"Hmm..?"
"Mag ik binnenkomen?"
Dawn kwam weer overeind. Luca's stem klonk ernstig. Dawn stond op en liep naar de deur en deed hem open. Luca liep langs haar heen naar binnen en plofte onder haar aan te kijken neer op haar bed. Dawn deed de deur dicht en ging naast Luca op haar bed zitten. Ze boog zich over hem heen en trok de tas naar zich toe.
"Wat moet ik hier nou mee?" verzuchtte ze.
"Van wie is die?" vroeg Luca nieuwsgierig. Zijn stem klonk trillerig.
"Geen idee." zei Dawn. "Van een meisje die ik in het bos tegenkwam. Ze rende zomaar weg en liet haar tas staan. Ik wist niet wat ik moest doen, dus heb ik hem maar meegenomen."
"Gejat?!" vroeg Luca met grote ogen.
"Natuurlijk niet!" zei Dawn verontwaardigd. "Maar als ik hem daar had laten staan had iemand anders dat misschien wel gedaan. Ik wil hem terug geven."
Luca sloeg zijn ogen neer. "Heb je gekeken wat erin zit?"
Dawn schudde haar hoofd. "Ik vind het zo raar om iemands tas te doorzoeken..." mompelde ze vertwijfeld.
"Maar misschien zit er iets in dat je kan helpen haar te vinden..." zei Luca. "Een portomonnee met id-kaart of adreskaartje ofzoiets..."
Dawn keek hem even aan.
"Hé... Wat is dit?" Dawn streek Luca's krullen uit zijn gezicht en hapte naar adem. Boven Luca's wenkbrauw zat een diepe snee. Luca duwde haar hand weg en trok zijn haren over zijn ogen.
"Niks! Gewoon... Hoofd gestoten."
"Hè? Zo hard? Hoe krijg je dat nou weer voor elkaar?"
"Weet ik veel! Ga die tas nou maar doorzoeken!" Dawn schrok. Luca was nooit zo fel.
"Oké, oké, rustig maar." Ze haalde diep adem en trok de rits open. Even keek ze opzij. Het viel haar nu pas op dat Luca's ogen een beetje rood en gezwollen waren, alsof hij had gehuild. Ze sloeg haar ogen weer neer en keek in de tas.
"Voornamelijk schoolboeken." mompelde ze. "Niks genants tot nu toe... Ah! Hebbes!"
Ze haalde een donkergroen, in linnen gebonden boekje tevoorschijn waar met grote goude letters 'Agenda' op gedrukt stond. Luca glimlachte even. Zijn bij Dawn welbekende nep-glimlach, die hij altijd opzette als hij eigenlijk kwaad of gekwetst was. Maar nooit tegenover Dawn. Dawn slikte, wat onverwachts moeilijk ging. Zwijgend sloeg ze het boekje open. Het stond volgekladderd met gedetailleerde tekeningetjes.
"Celtic art..." mompelde ze. "Cool."
Luca reageerde niet. Met een brok in haar keel bladerde ze door naar de eerste pagina. Bovenaan de pagina stond: 'Persoonlijke gegevens'.
"Er staat een telefoonnummer in."
"Nou, dan weet je wat je moet doen hè?" Dawn zuchtte en legde de agenda naast zich neer. Ineens realiseerde ze zich dat ze niet wist waarvoor Luca naar haar kamer was gekomen.
"Wat was er eigenlijk?" vroeg ze voorzichtig.
Luca stond op. "Oh... Niks. Niks belangrijks." Langzaam liep hij naar de deur.
Dawn keek hem verward na. Het was duidelijk dat hij niet gekomen was om gezellig te kletsen, hij klonk veel te ernstig. Bovendien kwam hij niet bepaald vrolijk over. Ze pakte de agende weer en tikte hem tegen haar hoofd. Luca wilde ergens over praten, en zij was alleen maar met die stomme tas bezig. Vertwijfeld keek ze naar de deur. Zou ze hem volgen? Ze schudde haar hoofd. Dat zou het waarschijnlijk nu niet beter maken. Ze kon zich beter op die agenda richten. Ze haalde diep adem, stond op en liep naar de telefoon in de hoek van haar kamer.

Frustratie

Charlotte zat fluitend op de fiets. Ze was vroeg vrij, de meiden uit haar klas hadden haar met rust gelaten en het was heerlijk weer. Een minpuntje was dat ze niet naar haar favoriete plekje kon, omdat ze veel te veel huiswerk had. Ze had er al te weinig aan gedaan.
Toen ze thuiskwam hing ze gewoon haar jas op en groette haar ouders. Niets wat vandaag haar bui kon verpesten, zelfs niet toen Carmen creatief was geweest met haar make-up en ze het grootste gedeelte kon weggooien. Op haar mascara na gebruikte ze er toch haast nooit iets van.

Ze aaide Carmen even door haar haar. "Kom je spelen?" vroeg Carmen hoopvol.
"Nee Carmen, ik heb veel te veel huiswerk. Vraag Cameron maar."
Carmen keek teleurgesteld. "Cameron is boos."
"Waarom?"
"Papa zegt dat hij lui is."
Die ruzie kende Charlotte al, en ze maakte zich er niet al te druk om. Cameron was een dromer, en haar vader vond dat hij maar eens een goede baan moest gaan leren. Cameron echter wilde nog geschiedenis, Nederlands, Iers en cultuur gaan studeren... En het liefst zou hij daarna schrijver worden.

Eenmaal op haar kamer zette ze het raam open en ging aan haar bureau zitten. Ze had haar bureau opzettelijk onder het raam laten zetten zodat ze naar buiten kon kijken als ze huiswerk maakte.
Een werkstuk... en het moest morgen af zijn... eerst maar eens een titel. Ierland? Nee, dat had ze al drie keer gedaan. Noorwegen? Ook een heel mooi land... maar misschien moest ze het voor de verandering eens niet over een land doen. De dwarsfluit, ook niet origineel...
Het begon zachtjes te waaien. De wind streek over Charlotte's gezicht. Dat was het fijnste gevoel op de hele wereld, vond ze. Het begon harder te waaien. Charlotte sloot haar ogen. Ze wilde naar het bos, de wind voelen, het geruis van de bomen horen, de lente ruiken...

Het werkstuk lukte toch niet! Ze gooide haar boeken in haar tas, misschien kon ze daar wel haar huiswerk doen. Daarna wilde ze naar beneden rennen, maar ze zag Cameron staan.
Hij huilde.
Ze zag het goed, dat wist ze zeker. Maar hij wende zich af en verdween zijn kamer in. Charlotte bleef nog even staan. Ze zou nu naar hem toe kunnen gaan. Maar hij hield er niet van als zij hem zag huilen, waarschijnlijk zou hij zich er alleen rotter door voelen. Ze kende hem, en hij was boos. Hij huilde nooit, alleen als hij héél, héél boos was. Nee, ze zou hem even laten afkoelen. En ze wou naar het bos. Ze liep dus de trap af en ging naar buiten.

Eenmaal bij het bos aangekomen zette ze haar fiets tegen een boom, deed even haar ogen dicht en snoof eens diep. Je kon de bomen ruiken. Niets in de hele wereld was zo mooi als deze plek. Rustig liep ze onder de berken door en liet alles even goed op haar inwerken. De wind waaide door haar haren. Er was niets wat ze zo fijn vond als wind. Koud en warm tegelijk en als je je ogen dichtdeed kon je je inbeelden dat je in een verhaal zat, met avontuur in plaats van dit saaie, schoolse leven. Het ging op dit moment alleen wat moeilijker, want ergens in haar hoofd begon ze zich af te vragen of ze toch niet naar Cameron toe had moeten gaan...

Ze was al bijna bij haar favoriete plekje. Terwijl ze luisterde naar het fluiten van de vogels hoorde ze opeens iets anders. Dat was geen vogel... ze begon te rennen. Het leek alsof iemand zat te neuriën. Maar dat kon toch niet, ze had hier nog nooit iemand gezien!

Toen zag ze haar zitten. Dit kon je niet menen. Daar zat een meisje, dat nog jonger leek dan Charlotte zelf, met haar mp3 in haar oren en haar voeten in het gras. Je kon de bassen van de muziek op meters afstand horen. Er was niets waar Charlotte meer hekel aan had. Ze had zelf niet eens zo'n ding.
Ze bleef roerloos staan. Ze kon het niet geloven. Dat plekje, waar ZIJ altijd was gekomen als ze het moeilijk had... wat altijd een toevluchtsplaats voor HAAR was geweest... daar zat nu iemand anders! En dan nog wel zo'n bleek, schriel kind met een gescheurde spijkerbroek. Dat vond ze stoer, zeker. Net als de geluiden van het bos verstoren met haar idiote muziek.

Het meisje keek om. Charlotte schrok zich dood, maar liet niets merken. Daar was ze goed in, niet laten zien wat je denkt of voelt. Ze zag hoe het meisje naar haar toe begon te lopen.
De mp3 bungelde mee met iedere stap, en Charlotte kon de muziek steeds duidelijker horen. Het meisje stond nu recht voor haar. "Hoi, wie ben jij?" vroeg ze.
Charlotte keek haar nog even aan en rende weg. Naar huis, naar huis. Dat was het enige wat ze kon bedenken.

Toen ze thuiskwam, waren Cameron en Carmen weg en haar ouders wisten niet waar ze waren.
En toen ze haar huiswerk wilde gaan doen, kwam ze er achter dat ze haar tas in het bos had laten liggen. Dat had dat meisje dan vast meegenomen...
De dag die zo leuk begonnen was, had een vervelende wending genomen. Charlotte ging op haar bed liggen en viel zo, zonder gegeten te hebben en met haar kleren nog aan, in slaap.