"Goedemiddag zonnetje!" zei Luca opgewekt.
Dawn negeerde hem en stampte door naar de keuken. Ze plukte een fles cola uit de koelkast en keek ongeduldig hoe het glas volstroomde. Gulzig zette ze het aan haar mond en dronk het in één teug leeg. Met een klap kwam het glas neer op het granieten aanrechtblad. Dawn veegde haar mond af met de rug van haar hand en staarde woedend uit het raam.
"Wat lief dat je mij ook wat te drinken aanbiedt!"
Dawn draaide zich om. Luca stapte de keuken binnen en schonk zichzelf ook een glas cola in.
"Zoek een leven." snauwde Dawn. "Wat heb je vandaag?"
Luca grinnikte. "Dat kan ik ook aan jou vragen."
Dawn sloeg haar ogen neer. Luca had gelijk.
"Dawn, wat is er?"vroeg Luca serieus.
"Ik haat hem!" riep Dawn ineens.
Luca trok zijn wenkbrauwen op.
"Eric weer?"
"Ook!" schreeuwde Dawn. "En die vreselijke Veenma!"
"Hmm..." Luca fronste. "Dat kan ik begrijpen." Veenma was Dawn's mentor, maar Luca, die naar dezelfde school ging, kreeg alleen aardrijkskunde van hem.
"Het lijkt wel of die kerel les is gaan geven om kinderen te tergen!" riep Dawn dramatisch.
"Hoogstwaarschijnlijk." zei Luca peinzend.
"Hij haalt echt het bloed onder mijn nagels vandaan!"
"Daar twijdel ik niet aan"
"Ik kan die man echt niet uitstaan! Zijn houding, zijn hoofd, alleen zijn stem al!"
"Vreselijk, vreselijk."
"Altijd als hij voor de klas staat krijg ik zin om die aanwijsstok in zijn strot te stouwen!"
"Begrijpelijk." zei Luca plechtig.
Ineens barstten ze allebei in lachen uit.
"Wat lach je nou?" giechelde Luca.
"Jij lacht ook!" proestte Dawn.
"Niet zo hard als jij!"
Dawn veegde de tranen van het lachen uit haar ogen.
"Sorry. Je bent gewoon grappig. Je bent net 14 en je gedraagt je als een man van vijftig!"
"Alleen als jij je gedraagd als een bejaarde vrouw van in de zestig, die overal over klaagt." zei Luca onschuldig.
"Hé!" riep Dawn verontwaardigd.
"Kom hier jij!" ze liep dreigend op Luca af, maar die zette het op een lopen. Dawn volgde hem de keuken uit, door de gang, en door het enkelhoge grasveld voor hun huis. Uiteindelijk liet ze zich hijgend in het gras vallen.
"Ik geef het op." riep ze buiten adem. "Sinds wanneer ben jij zo snel?"
Luca liep naar haar toe en hurkte aan haar voeten.
"Ik ben niet snel. Jij bent gewoon traag!"
Met haar mp3-speler aan een koortje om haar nek liep ze tussen de dikke bomen door naar het riviertje dat door het midden van het bos stroomde. De bassen dreunden door haar hoofd en ze liet haar hoofd zachtjes meedeinen op de melodie. Langzaam liet ze zich zakken op de rots aan de oever van haar stroompje. Een paar vlekken zonlicht vielen tussen de blaadjes van de bomen door. Als ze omhoog keek zag ze een plafond van doorschijnend groene blaadjes en babyblauwe stukken lucht. Dit was haar favoriete plekje op de hele wereld. Ze wist niet waarom, maar het had iets speciaals, ze voelde zich er altijd op haar gemak. Bovendien had ze er nog nooit iemand gezien, dus waarschijnlijk was zij de enige die ervan af wist. Ze kon er ongestoord meezingen met haar muziek, en zo hard gillen als ze wilde, er was niemand die haar hoorde. Alsof de wand van bomen en zonlicht de plek geluiddicht maakten. Zelf hoorde ze alleen de vogels en het water dat vredig af en toe zachtjes op een steen kletterde en de muziek die uit haar oordopjes kwam ondersteunde. Ze schopte haar slippers uit en liet haar voeten in het koude water zakken. Genietend leunde ze achterover. Tussen het bladerdak door viel een straal zonlicht, precies op haar gezicht.