zaterdag 29 augustus 2009

Meeting Again.

Omdat ik Pepita beloofd had een tekening te maken:
Als we het dan als boek gaan uitgeven hebben we tenminste een voorkant. x']



Dawn wierp een blik op het zilveren horloge dat aan haar dunne pols bungelde. Het was eigenlijk veel te groot, het was een oude van Diego. Vijf voor halfdrie. Charlotte kon ieder moment aankomen. Tenzij ze zo'n laatkomertje was natuurlijk. Dawn strekte haar armen en hees zich op het stenen muurtje achter zich. Zelf was ze altijd overal te vroeg. Ze haalde diep adem. Nerveus speelde ze met het hengsel van de tas die aan haar schouder hing. Waarom was ze toch zo zenuwachtig? Ze hoefde hem alleen maar even terug te geven, en dan was alles voorbij. Dawn dacht aan de vorige middag. Een fractie van een seconde hadden ze elkaar aangekeken, en toch kon Dawn zich ieder detail van Charlotte's verschijning haarscherp voor de geest halen. Haar vurige rode krullen, de verfijnde vorm van haar bleke gezicht, het was alsof ze haar al eerder had gezien.
"Eh... Hallo?"
Dawn schrok op uit haar gedachten. Het bleke, sproeterige gezich dat ze zojuist voor zich had gezien keek haar doordringend aan.
"Jij bent toch Dawn, het meisje van gister?"
"Ch-Charlotte..." stamelde Dawn. Charlotte reikte haar hand uit.
"Mag ik mijn tas?"
Dawn sprong behendig van het muurtje en gaf Charlotte de tas. Charlotte sloeg haar ogen neer.
"Bedankt. Sorry van gister."
Dawn sloot haar vingers rond het medaillon on haar hals.
"Eh... Maakt niet uit."
"Dus eh..." mompelde Charlotte. "Dat plekje... Kom je daar vaker?"
Dawn keek verbaasd op. "Uh... Ja... Best wel vaak eigenlijk..."
Charlotte beet op haar lip. "En jij?" vroeg Dawn voorzichtig.
"Uh... Zo af en toe..." zei Charlotte tegen de grond. Haar stem klonk ineens kil en afstandelijk. Dawn liet het medaillon los en stak haar handen in haar zakken. Charlotte keek op. Haar blik bleef rusten op het medaillon. Dawn keek weg en haalde zenuwachtig een hand door haar haar.
"Ehm... Ik moet maar eens gaan." zei ze na een tijdje ongemakkelijk gezwegen te hebben. Charlotte knikte. "Doei."
"Doei." riep Dawn terwijl ze zich omdraaide en naar haar fiets liep. Opnieuw gingen haar vingers naar het medaillon. Het koude zilver leek haar huid te bevriezen. Charlotte's zachte, heldere stem galmde nog na in haar hoofd. "Kom je daar vaker?" Dawn sloot haar ogen. De rode krullen dansten nog steeds voor haar gezicht. Verward stak ze haar sleutel in het slot. Met een klikkend geluid ging het slot open. "Kom je daar vaker?" Langzaam trok ze haar fiets uit de stalling. De smalle banden slingerden vervaarlijk. "Dat plekje... Kom je daar vaker?" Het duizelde Dawn. De rode krullen verstoorden haar zicht. Met een kletterend geluid raakte haar fiets de stenen en langzaam zakte ze op haar knieën neer. Die stem, die krullen... Wie was dat meisje?!"

On second thought.

Charlotte zat in de les. Nouja, alleen fysiek, want in gedachten was ze er totaal niet bij. Ze dacht aan gisteravond. Het rare telefoongesprek. Ze was al bijna in slaap gevallen op haar bed, toen haar telefoon begon te rinkelen. Met moeite kreeg ze haar betraande ogen open en nam op.
"Hallo?"
"Hoi, met Dawn. Ben jij Charlotte? Je hebt me gezien in het bos. Niet ophangen."
Dat was in eerste instantie wel Charlotte's reactie geweest, maar ze besefte ook wel dat ze op die manier haar tas niet terug kreeg.
"Oké."
"Ik denk dat je je tas wel terug wilt? Ben je morgen om half drie al klaar op school? Dan spreken we af in het winkelcentrum."
Het was geen onaardige stem. Misschien viel ze toch wel mee. Charlotte zag er wel tegenop om morgen zonder tas naar school te gaan, maar dat was dan maar zo.
"Oh ok. Is goed. Dan zie ik je morgen."
"Tot morgen."

Zo bezien lijkt het een heel normaal telefoongesprek, maar Charlotte had zich nog nooit zo gek gevoeld. Toen in het bos had ze gedacht dat het een doorsnee meeloper was geweest, met een gescheurde spijkerbroek en een mp3, maar die zullen toch nooit zomaar de stilte van het bos opzoeken? Charlotte had gedacht dat ze daarmee enig in haar soort was, misschien leek dit meisje meer op haar dan ze dacht...

Na het telefoontje was ze gaan nadenken. Ze had zich aangesteld. Dat meisje een rotgevoel gegeven, terwijl zij ook gewoon rust nodig bleek te hebben. Cameron alleen gelaten toen hij haar nodig had. Ze haatte zichzelf.
Nee, zo moest ze niet denken. Daar los je niets mee op. Ze ging voor de spiegel staan en sprak zichzelf in gedachten toe: "Raap jezelf bij elkaar, ga beneden even wat eten, maak het goed met Cameron en ga gewoon naar bed."
Het eten ging makkelijk, het gesprek met Cameron niet. Hij vergaf het haar wel, maar hij had ook geen zin om er verder over te praten. Toen ze bleef proberen, zette hij haar zijn kamer uit. Charlotte beet op haar lip.

"Charlotte, hoor je me?"
Ze schrok op uit haar gedachten. "Sorry mevrouw. Wat vroeg u?"
"Je hebt je huiswerk niet gemaakt. Je hebt je spullen niet mee. Denk je dan dat je het je kan permitteren om te gaan zitten dagdromen?" Mevrouw van der Steen was voor haar tafel komen te staan en keek haar boos aan.
Charlotte boog haar hoofd. "Sorry mevrouw. Nee."
"Nee, dat denk ik ook niet. Ik vroeg je het Latijnse woord voor lied."
Maar dat wist Charlotte natuurlijk wel! "Carmen."

Carmen. Haar zusje. Geen enkele naam had beter bij haar gepast. Charlotte hield ervan haar te horen zingen met haar iele stemmetje, toe te kijken hoe haar vingers dansten en plukten aan de snaren van haar harp.
Ojee, zat ze weer te dromen. Gelukkig was het uur bijna afgelopen, ze moest zo naar het winkelcentrum. Dawn (zo heette ze toch?) zou op haar wachten.