Boos smeet Charlotte de deur achter zich dicht. Ze liep de huiskamer in. Haar moeder zat in de keuken, haar vader las de krant en Cameron leerde Carmen schaken. Charlotte rolde met haar ogen, wat een drukte. Ze smeet haar jas op de bank en liep door naar boven.
"Héhé, zou je die niet even opruimen? Ook hallo, trouwens!" riep haar moeder.
"Doe ik zo wel." En voordat haar moeder nog iets kan zeggen, rende ze de trap al op, haar kamer in, en liet zich op bed vallen. Ze was doodop. Waarvan, dat wist ze niet. Op school had ze er niet zo veel van gemerkt, en er was niets zwaars gebeurd ofzo.
Er werd op haar deur geklopt. Ze wist precies wie het was, ze kon het horen aan de manier waarop geklopt werd: Één keer lang, drie keer snel en nog een keer lang. Tik-tiktiktik-tik. Dat was Cameron. Hij klopte zo op haar deur al zolang ze zich kon herinneren. En zij deed het precies zo op zijn deur. Ze draaide zich om. Ze hoefde niets te zeggen, Cameron wist net zo goed als zij dat hij altijd binnen mocht komen, tenzij ze riep van niet.
De deur kraakte toen hij openging.
"Hai zus."
"Hai."
Hij ging naast haar op bed zitten. Meer niet. Zo bleven ze een hele tijd zitten. Charlotte was de eerste die de stilte verbrak. "Sorry van daarnet."
Hij haalde zijn schouders op. "Ik ben niet degene waartegen je sorry moet zeggen, hoor. Ik kwam alleen even kijken wat er aan de hand was."
Charlotte zuchtte. Tja, wat was er eigenlijk aan de hand? "Ik weet niet... ik irriteer me zo aan iedereen op school. Ik irriteer me aan de meisjes die zeggen elkaars beste vriendinnen te zijn en achter elkaars rug elkaar keihard afkraken. Ik irriteer me aan de mensen die denken dat ze heel wat zijn door de kleren die ze dragen of de hoeveelheid vriendjes of vriendinnetjes ze hebben gehad. Ik irriteer me aan de leraren, die doen alsof school hetgene is waar je hele leven om draait." Ze wachtte even. "Ach, ik irriteer me gewoon aan mezelf, denk ik."
Cameron grinnikte. "Ik vond de mensen op school ook nooit leuk."
"Jij hoefde tenminste niet na schooltijd ook met ze om te gaan."
"Ik hád helemaal niemand om mee om te gaan."
"Ik wou dat ik dat had!"
"Ach je weet er helemaal niets vanaf, je weet niet hoe het is om niet geaccepteerd te worden omdat jij altijd al geaccepteerd wordt om hoe je zelf bent!"
"Als jij jezelf was geweest was jij net zo goed geaccepteerd! Dan had jij ook hordes geiten achter je aan gehad. Nou, dán ben je blij!"
Ze zag aan Cameron dat hij serieus gekwetst was. Dit was zijn gevoelige plek. "Je weet best dat dat anders ligt." zei hij zachtjes.
Charlotte kwam overeind en gaf hem een knuffel. "Ja, dat weet ik." Opeens moest ze lachen. Cameron keek glimlachend op. "Wat is er?"
"Ik zat er net aan te denken dat ik nog liever ruzie maak met jou, dan aardig doe tegen hun."
Charlotte keek uit het raam. Het was al de hele week lekker weer, maar vandaag stond iets meer wind. Daar hield ze van. Het was aardig geweest van Cameron om even met haar te komen praten. Soms heb je het even nodig om stoom af te blazen, en dat had hij, zoals gewoonlijk, weer haarfijn aangevoeld. Ze was echt blij met haar broer. En zusje natuurlijk. Haar blik viel op haar klok. Het was pas half drie, tijd zat om nog even naar het bos te gaan. Ze pakte haar tas en ging naar buiten. Ze bood wel eerst nog even haar excuses aan aan haar moeder, anders ging ze met een rotgevoel de deur uit.
Eenmaal in het bos liep ze naar het plekje dat ze, sinds ze hier waren kwamen wonen, het meest liefhad. Het was een stukje rots, aan een riviertje, in het midden van het bos. Niemand kon haar hier horen, en ze had hier nog nooit iemand gezien. Ze ging op de rots zitten en luisterde naar het gekabbel van het beekje en het geritsel van de bladeren in de wind. Toen pakte ze haar dwarsfluit uit haar tas en hoorde hoe ze het bos vulde met melodie.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Ik hou alvast van Cameron! :')
BeantwoordenVerwijderen